donderdag 6 september 2012

Vakantie

Het liep al tegen zessen. Het terras stond uitnodigend in de late middagzon. De tafeltjes waren bezet en als je er langs liep flonkerde het bier in de glazen zó, dat er ik er op slag onweerstaanbaar dorstig van werd.

Ik liep de Bar-Café-Tabac binnen. Glimmende vloertegels, kunststoffen, spiegels en Frans bier. Donkerbruine cafés bestaan niet in Frankrijk. Voor gezelligheid bestaat geen Frans woord. Dat zegt genoeg. Dat tl-balken, formica tafeltjes en kunstleren bankjes de nering niet bevorderen geldt in dit land niet. De banken zijn zo oncomfortabel dat je het er maximaal twee consumpties op kunt uithouden, tenzij je eerst hier of daar dronken bent geworden.  

Het was stil, heel stil. Buiten mij was er niemand aan de lange bar. Opvallend. In Frankrijk zijn consumpties aan de toog goedkoper dan aan een tafeltje. Barkrukken bestaan hier niet, je koffie, pastis of biertje drink je staande.

Als je niet kunt staan moet je wel zitten. Achter een leeg bierglas zat een kreupele stamgast met een bril, zeer kort haar en één bengelende oorbel in een treincoupéachtig zitje van rood skai. Hij leek aan het formica tafeltje te wachten of er een of andere ‘copain’ zou verschijnen die hem er nog één zou aanbieden. Op het tafeltje lag zijn -in de was gekrompen - zwarte hoedje. Buiten was het nog 25°. Zijn kruk lag opzettelijk half in het pad tussen de bar en het zitje, maar er was niemand om er vandaag mee te hinderen.

In het tegenlicht van de openstaande glazen deur kwam er een man slungelig en met slome tred binnen. Hij had een zware bril en de coupe van de Beatles uit hun eerste periode. Na een onverstaanbaar gemompelde groet, kon hij zich nog net vastgrijpen toen hij struikelde over de kruk die uit het zitje stak. Hij keek niet naar de kruk, niet naar de eigenaar ervan en gaf geen kik. Zijn ogen bleven stak gefixeerd op het vierde zitje tegenover de bar. Met een plof viel hij op het harde bankje.

Er kwam een meisje in het zwart van achter de bar beleefd vragen wat hij wilde drinken.”Even niets” zei hij. Dat kon ook. Het meisje knikte begrijpend en liep terug. Toen ze buiten beeld was riep hij tot niemand in het bijzonder: “Ik heb vakantie, ik hoef niet te werken.” Dat was al minstens een paar dagen zo want het was nu woensdag. Hij vervolgde “Ik heb whisky gedronken” en staarde leeg voor zich uit. De ontboezeming verraste me niet. 

Het bleef stil. De stamgast zat er half met zijn rug naar toe en draaide zijn hoofd niet. Ik stond aan de bar schuin achter hem. Hij had me waarschijnlijk niet eens opgemerkt. Ook ik had geen aanvechting om erop te reageren. Hier was niemand waarmee hij zijn door alcohol vernauwde bewustzijn kon delen. Hij gaf het op en staarde zonder iets te zien. Er kwam een ‘copain’ van de kreupele. De kruk werd ingetrokken. De binnenkomer bestelde de biertjes. 

De Beatle wilde nog steeds niets drinken. Er bleef niets anders over dan in zichzelf te verzinken.  De vloeibare eenzaamheid had toegeslagen.








3 opmerkingen:

  1. ohhhh Willem !
    Wat een mooi stukje en wat een hoop bijvoeglijke naamwoorden die het geheel zo "zichtbaar" maken. Die talrijke omschrijvingen vielen me op en zijn zo ontzettend mooi.De inhoud is ook zo realistisch en hoe jij bij dit alles je fantasie gebruikt is toch wel heel speciaal. Je hebt werkelijk een prachtig stuk geschreven naar aanleiding van je toch wel heel aandachtige observatie en... ja ... die foto is gewoon "top", super lichtinval en het z-w geeft hier perfect de sfeer terug.
    Proficiat Willem !

    Liefs van Marijke.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Prachtig stukje leesvoer .. Was weer even genieten, niet alleen van het verhaal maar ook van de sfeer. Een 'Franse' sfeer die je enkel maar in dat land kan proeven en tegen komt.

    Tijdens onze 10 dagen aan de voet van de Mont Ventoux, zakten we wel eens af naar zo een bar - cafe. Echt vol was het er nooit, maar je vond er wel vaak enkele 'vaste' klanten inderdaad staand aan de toog met een Ricar of wat anders. Eén keer kreeg de cafébaas het aan de stok met een man buiten op het terras. Tenminste ik neem aan dat de man een klant was en buiten zat, voor hetzelfde was het een voorbijganger, wie weet .. Zelf konden we de persoon in kwestie niet zien omdat we even koelte zochten en binnen zaten. In ieder geval denk ik niet dat de verhoogde luide en harde intonatie of klank van de cafébaas toen hij tegen die man sprak, synoniem staan voor een bepaalde klantvriendelijkheid .. De cafébaas sprak voor zichzelf en dat bleek dan ook de normaalste zaak van de wereld.

    Verder reageerde er niemand, ook geen bemoeienis, geen geroddel, neen, er was even wat loos tussen die ene persoon en de cafébaas zonder meer en voor de rest verliep alles gewoon verder, zonder meer. Spijtig dat ik niet heb begrepen waarover het ging .. Maar oké, als ik eraan terug denk snuif ik weer meteen die aparte sfeer.

    Gr.Mo

    BeantwoordenVerwijderen