In de TV-serie ‘Kijken
in de Ziel’ spraken 11 specialisten en 1 huisarts zes afleveringen lang over allerlei aspecten van het doktersvak
met Coen Verbraak. Ik vond het goeie interviews en openhartige dokters.
Daardoor werkte het verhelderend, ondanks (of misschien wel juist door) het
feit dat ik vrienden heb met dat vak. Door de serie is mijn waardering voor
artsen (verder) gestegen, al weet ik best dat niet alle dokters zo zijn als de
geïnterviewden.
Een van de vele aspecten
was de arts patiëntrelatie. Professionele managers bleken de lastigste
patiëntengroep te zijn die een medisch specialist kan hebben. Natuurlijk is dat een
generalisatie, maar generalisaties zijn zelden helemaal onjuist, wel
ongenuanceerd. Om er nog maar een in te gooien, het omgekeerde geldt ook: dokters
behoren tot één van de beroepsgroepen die zich het lastigst laat managen. Maar
dat is een ander onderwerp.
De manager als patiënt
dus. Laat ik de generalisering eens doortrekken. Dat managers lastig kunnen
zijn als patiënt kan ik me goed voorstellen. Managers nemen nu eenmaal niet
snel iets aan, zijn vaak goed op de hoogte, willen dat ingewikkelde
dingen zo worden uitgelegd dat ze
het begrijpen en geven weerwoord. Managers zijn in hun werk per definitie niet
meegaand. Als ze dat in hun werk wel zouden zijn, zijn ze snel manager
af. In de projecten en
bedrijven waar ze werken zijn deskundigen hun adviseurs. Managers (en
bestuurders) zijn degenen die – nadat ze de partijen hebben gehoord – de
besluiten nemen. Dat is hun verantwoordelijkheid en daar worden ze ook op
afgerekend. Managers hebben de neiging artsen te zien als deskundigen en dus
als adviseur. Ook beslissingen over
eigen lijf en leden nemen ze uiteindelijk liefst zoveel mogelijk zelf.
In de kern verschilt die houding niet fundamenteel met dokters. Dokters zijn niet alleen deskundig op hun
gebied, maar ook opgeleid om zelfstandig te handelen en te beslissen. Ook zij
kunnen daarop worden afgerekend. Geen wonder eigenlijk dat die combinatie soms
wrijving kan veroorzaken, maar juist ook tot het omgekeerde kan leiden: een vruchtbare samenwerking
die aan resultaat kan winnen.
Mondige patiënt zijn
betekent overigens niet dat je artsen niet wilt volgen, of dat je het beter
weet. Er leiden bijna altijd verschillende wegen naar Rome, soms zijn er
argumenten voor een andere weg dan de eerste voorkeur van de arts. Elk lijf is anders en dagelijks
verschijnen er wetenschappelijk onderbouwde onderzoeksresultaten over
medicijnen, onderzoekstechnieken of de (bij)werkingen
van behandelingen die nog niet zijn
opgenomen in de reguliere geneeskunde. Er is dan nog niet voldoende
wetenschappelijk bewijs van de effectiviteit (“evidence based”). Maar dat
geldt ook voor sommige wèl toegepaste behandelingen.
Een goed gesprek
over een
voorstel van de kant van patiënt om de (voorgenomen) behandeling bij te
stellen, zeker als die bijstelling min of meer experimenteel is, eist
kennis van de patient. Het is essentieel dat hij of zij zich stevig in
het
onderwerp heeft verdiept. Pas dan kan een patiënt een mondige patiënt
zijn in
de goeie zin van het woord. Managers hebben
daar in principe de capaciteiten voor.
Het is de vraag
of ik me onder de noemer 'manager' mag scharen, in mijn werkzaam leven
had ik vaker de rol van adviseur dan van manager. Maar als ik aan die
vraag even voorbij mag gaan, val ik wat lastigheid (of mondigheid)
betreft, voor dokters waarschijnlijk in de categorie managers. Toch zijn
mijn ervaringen met
Nederlandse specialisten overwegend positief. Als er gefundeerde
overwegingen zijn denken ze vaak mee. Zeker als die effect
hebben op de kwaliteit van leven na behandelingen.
Hoe dan ook, mondigheid heeft in mijn geval geleid tot bijstellingen van
de gebruikelijke aanpak. Voor mij heeft het op die manier verlopen
medisch traject een statistisch onwaarschijnlijk goed resultaat opgeleverd. Of dat ondanks of dankzij die aanpassingen is, zal niemand ooit weten. In ieder geval heb ook geluk gehad, misschien alleen maar.
Binnenkort
komen de resultaten beschikbaar van een langlopend internationaal
onderzoek naar een in Nederland tot dusver nogal ongebruikelijke
therapie, die op mijn verzoek bij mij is toegepast. Dan zal blijken of
die effectiever is dan de gebruikelijke aanpak. Naar die uitkomsten ben
ik zeker zo benieuwd als mijn specialist. Andere aspecten van
behandelingen van mijn voorkeur, die in mijn geval
nog uitzonderlijk waren, zijn dat inmiddels niet meer in die mate.
Misschien liep ik alleen maar wat voor, maar dat heeft ook z'n nut als
als je beperkte toekomst hebt.
Deze
casus doet niets af aan de beleving van medisch specialisten. Managers
zijn en blijven voor hen de lastigste patiënten, ik geloof het
onmiddellijk. Dokters hebben meestal gelijk. Dat moet zo blijven, hoewel
…… op dit punt?
Geen opmerkingen:
Een reactie posten