maandag 17 september 2012

Dokters en managers

In de TV-serie ‘Kijken in de Ziel’ spraken 11 specialisten en 1 huisarts zes afleveringen lang over allerlei aspecten van het doktersvak met Coen Verbraak. Ik vond het goeie interviews en openhartige dokters. Daardoor werkte het verhelderend, ondanks (of misschien wel juist door) het feit dat ik vrienden heb met dat vak. Door de serie is mijn waardering voor artsen (verder) gestegen, al weet ik best dat niet alle dokters zo zijn als de geïnterviewden.

Een van de vele aspecten was de arts patiëntrelatie. Professionele managers bleken de lastigste patiëntengroep te zijn die een medisch specialist kan hebben. Natuurlijk is dat een generalisatie, maar generalisaties zijn zelden helemaal onjuist, wel ongenuanceerd. Om er nog maar een in te gooien, het omgekeerde geldt ook: dokters behoren tot één van de beroepsgroepen die zich het lastigst laat managen. Maar dat is een ander onderwerp.

De manager als patiënt dus. Laat ik de generalisering eens doortrekken. Dat managers lastig kunnen zijn als patiënt kan ik me goed voorstellen. Managers nemen nu eenmaal niet snel iets aan, zijn vaak goed op de hoogte, willen dat ingewikkelde dingen zo worden uitgelegd dat ze het begrijpen en geven weerwoord. Managers zijn in hun werk per definitie niet meegaand. Als ze dat in hun werk wel zouden zijn, zijn ze snel manager af. In de projecten en bedrijven waar ze werken zijn deskundigen hun adviseurs. Managers (en bestuurders) zijn degenen die – nadat ze de partijen hebben gehoord – de besluiten nemen. Dat is hun verantwoordelijkheid en daar worden ze ook op afgerekend. Managers hebben de neiging artsen te zien als deskundigen en dus als adviseur. Ook beslissingen over eigen lijf en leden nemen ze uiteindelijk liefst zoveel mogelijk zelf. 

In de kern verschilt die houding niet fundamenteel met dokters. Dokters zijn niet alleen deskundig op hun gebied, maar ook opgeleid om zelfstandig te handelen en te beslissen. Ook zij kunnen daarop worden afgerekend. Geen wonder eigenlijk dat die combinatie soms wrijving kan veroorzaken, maar juist ook tot het omgekeerde kan leiden: een vruchtbare samenwerking die aan resultaat kan winnen.

Mondige patiënt zijn betekent overigens niet dat je artsen niet wilt volgen, of dat je het beter weet. Er leiden bijna altijd verschillende wegen naar Rome, soms zijn er argumenten voor een andere weg dan de eerste voorkeur van de arts. Elk lijf is anders en dagelijks verschijnen er wetenschappelijk onderbouwde onderzoeksresultaten over medicijnen, onderzoekstechnieken of de (bij)werkingen van behandelingen die nog niet zijn opgenomen in de reguliere geneeskunde. Er is dan nog niet voldoende wetenschappelijk bewijs van de effectiviteit (“evidence based”). Maar dat geldt ook voor sommige wèl toegepaste behandelingen. 

Een goed gesprek over een voorstel van de kant van patiënt om de (voorgenomen) behandeling bij te stellen, zeker als die bijstelling min of meer experimenteel is, eist kennis van de patient. Het is essentieel dat hij of zij zich stevig in het onderwerp heeft verdiept. Pas dan kan een patiënt een mondige patiënt zijn in de goeie zin van het woord. Managers hebben daar in principe de capaciteiten voor.

Het is de vraag of ik me onder de noemer 'manager' mag scharen, in mijn werkzaam leven had ik vaker de rol van adviseur dan van manager. Maar als ik aan die vraag even voorbij mag gaan, val ik wat lastigheid (of mondigheid) betreft, voor dokters waarschijnlijk in de categorie managers. Toch zijn mijn ervaringen met Nederlandse specialisten overwegend positief. Als er gefundeerde overwegingen zijn denken ze vaak mee. Zeker als die effect hebben op de kwaliteit van leven na behandelingen. Hoe dan ook, mondigheid heeft in mijn geval geleid tot bijstellingen van de gebruikelijke aanpak. Voor mij heeft het op die manier verlopen medisch traject een statistisch onwaarschijnlijk goed resultaat opgeleverd. Of dat ondanks of dankzij die aanpassingen is, zal niemand ooit weten. In ieder geval heb ook geluk gehad, misschien alleen maar.

Binnenkort komen de resultaten beschikbaar van een langlopend internationaal onderzoek naar een in Nederland tot dusver nogal ongebruikelijke therapie, die op mijn verzoek bij mij is toegepast. Dan zal blijken of die effectiever is dan de gebruikelijke aanpak. Naar die uitkomsten ben ik zeker zo benieuwd als mijn specialist. Andere aspecten van behandelingen van mijn voorkeur, die in mijn geval nog uitzonderlijk waren, zijn dat inmiddels niet meer in die mate. Misschien liep ik alleen maar wat voor, maar dat heeft ook z'n nut als als je beperkte toekomst hebt. 

Deze casus doet niets af aan de beleving van medisch specialisten. Managers zijn en blijven voor hen de lastigste patiënten, ik geloof het onmiddellijk. Dokters hebben meestal gelijk. Dat moet zo blijven, hoewel …… op dit punt?

Geen opmerkingen:

Een reactie posten