zondag 7 december 2008

La Poste



We hebben enige jaren geleden een naar goed Frans gebruik genormeerde brievenbus  gekocht en ingemetseld bij de pilaar naast het toekomstige hek. Het is een op de millimeter gedefinieerd metalen ‘margarinedoos‘. Er zit een eveneens op de millimeter gedefinieerde gleuf-met-klep in het deurtje-met-slotje. 


De voorgeschreven kleur is licht geelgrijs. Een kleur die in heel Frankrijk bekend staat als ‘ton pierre’ (steenkleur) en waar la Poste en elke verffabrikant blijkbaar een eigen interpretatie van heeft. Op het slotje passen natuurlijk de in 3-voud bijgeleverde sleutels maar ook die van de postbode, die een moedersleutel heeft van alle Franse brievenbussen om er pakjes of telefoonboeken in te leggen. 

Maar zover komt het zelden. De brievenbus functioneert alleen als we langer van huis zijn, want als we maar een uurtje weg zijn blijft de voordeur open. Je woont pas echt landelijk als je de deur niet op slot hoeft te doen als je even weg bent. Kom daar maar eens om in NL. Kennelijk heeft onze facteur, 'Monsieur Noël' er net zo'n hekel aan om de post in onze brievenbus te laten glijden als wij om die er weer uit te gaan halen. Dus dat komt goed uit.  

Nadat hij met een fors remspoor in het grind zijn gele autootje tot abrubte stilstand heeft gebracht, deponeert hij onze post op om de hoek van de keukendeur, op het hoekje van de aanrecht naast het espressoapparaat. Zijn daad gaat vergezeld van een luidkeels nasaal uitgesproken “Ça vaaaaaaaaa?????”. 



Ook de verdere procedure verloopt volgens een vast ritueel. Hij voorziet wat hij deponeert van persoonlijk commentaar. Bij bankafschriften en andere regularia zegt hij “niet veel bijzonders vandaag” en bij het wekelijks deponeren van de huis-aan-huis-reclame soms “vandaag alleen maar Pub”. Alleen als hij niks zegt is het erger, want dan zijn het meestal facturen. Intussen dwaalt zijn uiterst nieuwsgierige blik van links naar rechts door de keuken om te zien of alles in orde is en of er iets anders is dan anders, je weet het nooit met die buitenlanders …… 

Maar naast het bezorgen van de post heeft ‘Monsieur Noël’ een onmisbare en veel belangrijker taak, het onderhouden van sociaal contact. Daaraan ontleent zijn status in de gemeenschap. Zijn pet is daar slechts een illustratie van. Zeker; als er geadresseerde enveloppen liggen neem hij die mee, of we er zijn of niet. Service. Op verzoek breng hij postzegels mee en andere zaken die je bij ‘la Poste’ kunt kopen. Voor ons is dat alleen maar handig, maar voor anderen is dat noodzaak.
Bij onze buurvrouw van 300 meter verderop – alleenwonend, 93 en zeer slecht ter been – gaat hij elke dag even langs. Post of geen post. Een paar keer in de week brengt hij een stokbroodje voor haar mee en tussendoor andere zaken die niet kunnen wachten op het zaterdags bezoek van één van haar kinderen. Elke dag maakt hij met haar, en met haar niet alleen, eigener beweging een praatje. En als ze zonder aankondiging een dag bij haar kinderen is, is hij ongerust en vraagt ons dan of wij soms weten of ze naar haar kinderen is. Hij vormt een vaste onderbreking van haar eenzaam bestaan, ook al gaat het praatje voornamelijk over het weer. 

Volgens het onwrikbare ritueel gaat zijn dagelijks vertrek van het erf steevast vergezeld van een mededeling over het weer dat iedereen allang heeft gezien. ” Het regent, hè”, en “de zon schijnt!”, zijn het meest populair. Voor de in dit seizoen dagelijks grijze bewolking heeft hij een incidenteel een oplossing: "Het is droog, hè", meldt hij dan om de paar dagen. We horen zijn uiterst actuele weerwaarneming met een glimlach aan, we zouden hem en zijn rituelen niet willen missen.

En het door zijn remsporen omgewoelde grind? Daar zeg ik -  tegen mijn gewoonte in - niets van. Het is voor een goed doel. Ik begrijp het wel. Hij wil natuurlijk tijd besparen om langer met de buurvrouw te kunnen praten. Ik maak ze af en toe met de hark en een glimlach dicht.

1 opmerking: