maandag 17 september 2012
Niet Meegaand
Meegaand ben ik nooit geweest. Volgens woordenboeken is het tegengestelde van meegaand: koppig, dwarsliggend. Dat zal wel kloppen, want anders staat het niet in een woordenboek, maar zelf zou ik die kwalificaties niet gekozen hebben. 'Kritisch' zou ik een betere vertaling vinden. ‘Behoorlijk eigenwijs’ mag ook.
Iemand die me goed kent noemt me weerbarstig, een ander - die me ook goed kent - vindt dat ik de regie altijd in eigen hand wil houden. Weerbarstig is iemand die zich verzet tegen de hem opgelegde wil van de ander. Dat herken ik, daar houd ik inderdaad niet van, maar wie wel? Dat van die regie klopt ook.
Mijn meegaandheid is wel wat groter geworden in vergelijking met vroeger, maar veel kan dat niet zijn. Gedrag kan je veranderen, karakter niet. De vraag is ook in hoeverre 'eigenwijsheid' een beroepsdeformatie is. Ben ik zo ‘eigenwijs’ omdat ik door mijn beroep zo ben geworden of was ik al eigenwijs waardoor ik interim-manager ben geworden. Ik houd het maar op het laatste, al zal het door mijn werk zeker niet minder zijn geworden. Hoe het ook zij, mijn gebrek aan meegaandheid heb ik altijd een van mijn negatieve eigenschappen gevonden.
Maar of een karaktertrek sterk of zwak is, hangt ook voor een groot deel af van de omstandigheden. Zo is de training om over mijn fysieke grenzen te gaan, in mijn leven vaak nuttig gebleken, maar nadat ik ziek was keerde diezelfde neiging zich tegen mij. Een sterk punt was omgeslagen in een zwak punt.
Maar ook het omgekeerd gebeurt wel eens. Omdat ik in mijn werk geleerd had om me snel in complexe zaken te verdiepen paste dat ik ook toe op mijn ziekte. Op dat moment draaiden ook even de nadelen van beperkte meegaandheid om: ik was een mondige patient die met de specialist kon overleggen over andere – deels ongebruikelijke - therapeutische mogelijkheden. Daardoor was het mogelijk geargumenteerde keuzen te maken. Dat is wat mijn overlevingskansen betreft, bovengemiddeld goed uitgepakt. Maar dat is een van de schaarse momenten in mijn leven geweest dat ik blij was met mijn ‘eigen wijsheid’.
Voor mijn sociale leven vond ik mijn beperkte meegaandheid altijd een handicap. Maar daar ben ik wat aan gaan twijfelen toen ik één dezer dagen een artikeltje daarover las. Daarin stond dat uit onderzoek is gebleken dat juist niet-meegaande mannen (vrouwen ook denk ik) betere posities krijgen in de maatschappij en aanzienlijk meer verdienen dan meegaande mensen. Ook: dat vrouwen dan wel zeggen dat ze een lieve man prefereren, maar dat het in de praktijk precies omgekeerd is. Ongetrouwde mannen met een niet-meegaand karakter bleken verreweg het grootste aantal seksuele relaties te hebben gehad (ook hier niets over zo'n onderzoek bij vrouwen, evenmin over getrouwde mannen). Nieuws! Zo had ik het nog nooit bekeken.
Bij het artikel stond een testje. Toch maar eens ingevuld uit nieuwsgierigheid. In de uitslag stond dat 9 punten de gemiddelde score was. Ik had maar 3 punten. Wat dat betekende stond er niet bij. Het leek me een tamelijk zorgelijke uitslag: Pathologische dwarsligger of zoiets, raadpleeg uw arts! Toen ik mijn zorgen aan Maatje kenbaar maakte zei ze droogjes: ”Een meegaande man is geen man”. Meegaand is ineens minder benijdenswaardig.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Of zoals Harry Jekkers al een keer zij Als je Dwars ligt ben je moeilijk te begraven.
BeantwoordenVerwijderen"Behalve Ome Jan, die lag ALTIJD dwars! Altijd! Hij zei tegen mij toen ik klein was: "Harrie, je mot in 't leven dwars liggen." Ik zeg: "Waarom dan Ome Jan?" Hij zegt: "Ben je lekker moeilijk te begraven." Ja, da's waar he, de grootste etters worden altijd het oudste, daar heb ik gelijk in he."
http://multishow.globo.com/musica/harrie-jekkers/ome-jan-1
Heerlijke humor en er blijkt ook waarheid in te zitten! Elk nadeel ……
VerwijderenEn nog wat; zonder dwarsligger valt er geen richting uit te zetten, dus ook geen spoor ;).. 't Is maar wat je verkiest, een doel met of zonder verrassingen in het leven. 'Zonder' is ook maar een fletse bedoening.
BeantwoordenVerwijderenGr.Mo