De
overbuurman van mijn vriend M. was Jelle, een gepensioneerde dorpsdokter. Het
was een gewone man, zonder kapsones. Een Fries in hart en nieren. Wat stug,
rechtuit, maar daarachter bijzonder vriendelijk. Hij had een luisterend oor en
een gouden hart. Zijn patiënten hadden in het begin aan hem moeten wennen, maar
als die fase achter de rug was, droegen ze hem op handen. Hij was zeer gezien
in het dorp en werd met achting gegroet, hoewel hij zijn praktijk al jaren
geleden had over gedaan.
Jelle
was getrouwd met een zachtaardige, begrijpende vrouw, Laura die, zo mogelijk,
nog een groter respect ten deel viel. Zij werd in de winkels extra vriendelijke
gegroet en aangesproken met Mevrouw gevolgd door haar achternaam. Ook dat was
niet verbazend. Ze had een opleiding gehad als verpleegster en ze had haar man
altijd bijgestaan als doktersassistente. Zij was het geweest die de afspraken
maakte en in 1e instantie de patiënten telefonisch te woord stond. Zo was ze
bijna bekender dan haar man geworden.
Dit alles
zou het vermelden niet waard zijn geweest als er geen sprake was geweest van
Annie. Annie was de vriendin van Jelle. Dat wist iedereen, hoewel er bijna
niemand was die ze ooit samen had gezien. Annie was een vriendelijke weduwe uit
het dorp verderop. Vrijwel niemand kende haar van gezicht en het weinige dat
men van haar wist te vertellen was, dat ze aanzienlijk jonger was dan Jelle. En
dat was ook zo.
Een
heel enkele keer kwamen Laura en Annie elkaar tegen. Ze groetten elkaar dan wat
afstandelijk, maar met een vriendelijke blik en een knikje. Ze wisten wat ze
wisten en hadden er vrede mee.
De woensdag was voor Annie. Dat was het compromis
dat er uiteindelijk was uitgerold. Het was overzichtelijk en helder. Elke
woensdag vertrok Jelle na het ontbijt en hij kwam in de 2e helft van de avond
weer thuis. Jaar in jaar uit. Alleen Jelle wilde daar een enkele maal nog wel
eens wat aan tornen. "Laura" zei hij op een dag, "Ik had gedacht
voor Annie de woonboot te kopen die te koop ligt in het kanaal aan de rand van
het dorp. Die is groter en beter dan die waar ze nu in woont." Laura had
kalm gereageerd. "Nee Jelle", had ze gezegd, "dat doen we niet.
Annie komt niet dichterbij wonen, dat hadden we niet afgesproken". En alles
bleef zoals het was.
Na verloop van jaren ging het onverwacht slecht met
Jelle. Zijn geweldige geheugen begon hem in de steek te laten, totdat hij op
een dag niet meer is staat was om naar Annie te gaan. Laura wist hoe belangrijk
Annie voor Jelle was en hoe hij haar miste. Ze had Annie opgebeld en
uitgenodigd op de koffie. Bij het 2e kopje had ze Annie gezegd dat ze het fijn
zou vinden, nu Jelle niet meer weg kon, als ze voortaan ‘s woensdags bij hen
kwam in plaats van andersom. En zo gebeurde het. Als Annie kwam dronken ze
eerst koffie met z’n drieën, dan ging
Laura weg en Annie zorgde die dag voor Jelle. Langzaam begon Jelle te
dementeren. Annie kwam steeds vaker om Laura te ontlasten en samen verzorgden
ze hem. Samen hebben ze thuis hem verzorgd tot hij stierf.
Tijdens zijn leven was Jelle degene hen scheidde en
verbond. Na zijn overlijden is de verbinding is gebleven. De woensdag ook. Op
woensdag komt Annie nog steeds bij Laura. Ze brengt haar was dan mee. En terwijl
de was in de machine zit, praten ze met elkaar over heden en verleden. En over
Jelle.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten