“Grote afstand en lange afwezigheid doen elke
vriendschap afbreuk, hoe ongaarne men dit ook toegeeft” - Schopenhauer.
Van de
honderdduizenden indrukken we dagelijks zien, lezen, horen, ruiken en voelen,
nemen we er maar enkele bewust waar, en van dat wat we waarnemen, herinneren we
ons later maar weinig. De meeste dagen van mijn leven kan ik me niet
herinneren. Gelukkig maar, want de meeste dagen waren het ook niet waard om
afzonderlijk te worden herinnerd.
De krant,
de TV, Internet leveren dagelijks meer nieuws op dan een mens kan bevatten,
maar het verdampt vaak nog op de dag zelf. Je komt, je leven lang, bijna elke
dag mensen tegen die je niet eerder hebt ontmoet. Je ziet ze en praat met soms
met ze en ook daar blijft weinig van hangen. Alleen als ze sterk ruiken blijft
dat bij mij hangen.
Het komt bij
mij voor dat ik iemand enige tijd geleden uitgebreid heb gesproken en dat ik
me bij een volgende ontmoeting de naam niet meer weet te herinneren. Ik heb ook
ontdekt dat ik de naam van sommige vroegere vriendinnetjes die ik langer heb
gekend dan één nacht, niet meer weet. Ook pijnlijk, al zal ik ze nooit meer
zien.
Als ik
probeer te bedenken wat ik dan wel bewust waarneem is dat vaak iets nieuws.
Zoals wanneer je voor het eerst in een land met vakantie bent of in een ander
cultuur. Dan is alles nieuw. Dat blijft hangen. Maar nieuw is blijkbaar geen
voorwaarde, want er zijn bomen die ik al 15 jaar ken, dagelijks zie en die ik soms
toch ineens weer prachtig vindt. Muziek en gedichten kunnen me diep ontroeren,
ook al heb ik die al tientallen malen gehoord of gelezen. Het is dus niet het
simpele feit dat iets nieuw moet zijn waardoor het doordringt tot mijn
bewustzijn.
Zo gaat
het soms ook met woorden. Tussen tienduizenden woorden die je per dag of per
week hoort – ook van de mensen om je heen die heel goed kent – kan er ineens
een zinnetje zijn dat zich inbrandt en dat je niet meer vergeet.
Je hebt het misschien al tientallen malen gehoord, maar ineens flitst het op. Als
de superleds in een lichtkrant en zet het zich vast, muurvast. Soms zijn de
woorden op zich helemaal niet zo bijzonder en had iedereen ze kunnen
uitspreken, maar je proeft ze ineens alsof je voor het eerst de smaak van zeldzaam
delicaat gerecht proeft. De woorden komen binnen als een persoonlijke boodschap
om nooit meer te vergeten.
En dan is
er nog de ontmoeting. Dat is het meest bijzondere in ’s mensen bestaan. Je
ontmoet in je leven tienduizenden mensen, aardige en onaardige, met of zonder
klik. Je vindt het allemaal tamelijk gewoon. Er gebeurt - op een paar uitzonderingen na - niet iets heel bijzonders. En dan kan het
gebeuren dat ineens iemand ontmoet waarbij de bliksem bij je inslaat. Iemand
belandt zomaar op je pad. Helemaal ongevraagd en terwijl je nergens naar op
zoek was. Met onbewuste onbescheidenheid neemt zo iemand een prominente plaats
in in je hart. Of die plek open was of niet.
Een
ontmoeting uit duizenden. Meestal ook letterlijk. Iemand om nooit meer te
vergeten. Dat is niet iets dat je je voorneemt, dat is onontkoombaar. Je kunt
het niet tegenhouden, zelfs al zou je dat willen. Zo iemand blijkt om
onbegrijpelijke redenen voor altijd onvergetelijk. Dat blijkt soms pas later.
Dan wordt het missen te intens. Dan ga je – soms pas na tientallen jaren – op
zoek naar degene die onzichtbaar en onuitwisbaar is ingebrand
in je ziel.
Zou
Schopenhauer dat ook geweten hebben?
Geen opmerkingen:
Een reactie posten