maandag 28 december 2009

Ingebrand

“Grote afstand en lange afwezigheid doen elke vriendschap afbreuk, hoe ongaarne men dit ook toegeeft” - Schopenhauer.

Van de honderdduizenden indrukken we dagelijks zien, lezen, horen, ruiken en voelen, nemen we er maar enkele bewust waar, en van dat wat we waarnemen, herinneren we ons later maar weinig. De meeste dagen van mijn leven kan ik me niet herinneren. Gelukkig maar, want de meeste dagen waren het ook niet waard om afzonderlijk te worden herinnerd.

De krant, de TV, Internet leveren dagelijks meer nieuws op dan een mens kan bevatten, maar het verdampt vaak nog op de dag zelf. Je komt, je leven lang, bijna elke dag mensen tegen die je niet eerder hebt ontmoet. Je ziet ze en praat met soms met ze en ook daar blijft weinig van hangen. Alleen als ze sterk ruiken blijft dat bij mij hangen.

Het komt bij mij voor dat ik iemand enige tijd geleden uitgebreid heb gesproken en dat ik me bij een volgende ontmoeting de naam niet meer weet te herinneren. Ik heb ook ontdekt dat ik de naam van sommige vroegere vriendinnetjes die ik langer heb gekend dan één nacht, niet meer weet. Ook pijnlijk, al zal ik ze nooit meer zien.

Als ik probeer te bedenken wat ik dan wel bewust waarneem is dat vaak iets nieuws. Zoals wanneer je voor het eerst in een land met vakantie bent of in een ander cultuur. Dan is alles nieuw. Dat blijft hangen. Maar nieuw is blijkbaar geen voorwaarde, want er zijn bomen die ik al 15 jaar ken, dagelijks zie en die ik soms toch ineens weer prachtig vindt. Muziek en gedichten kunnen me diep ontroeren, ook al heb ik die al tientallen malen gehoord of gelezen. Het is dus niet het simpele feit dat iets nieuw moet zijn waardoor het doordringt tot mijn bewustzijn.

Zo gaat het soms ook met woorden. Tussen tienduizenden woorden die je per dag of per week hoort – ook van de mensen om je heen die heel goed kent – kan er ineens een zinnetje zijn dat zich inbrandt en dat je niet meer vergeet. Je hebt het misschien al tientallen malen gehoord, maar ineens flitst het op. Als de superleds in een lichtkrant en zet het zich vast, muurvast. Soms zijn de woorden op zich helemaal niet zo bijzonder en had iedereen ze kunnen uitspreken, maar je proeft ze ineens alsof je voor het eerst de smaak van zeldzaam delicaat gerecht proeft. De woorden komen binnen als een persoonlijke boodschap om nooit meer te vergeten.

En dan is er nog de ontmoeting. Dat is het meest bijzondere in ’s mensen bestaan. Je ontmoet in je leven tienduizenden mensen, aardige en onaardige, met of zonder klik. Je vindt het allemaal tamelijk gewoon. Er gebeurt - op een paar uitzonderingen na - niet iets heel bijzonders. En dan kan het gebeuren dat ineens iemand ontmoet waarbij de bliksem bij je inslaat. Iemand belandt zomaar op je pad. Helemaal ongevraagd en terwijl je nergens naar op zoek was. Met onbewuste onbescheidenheid neemt zo iemand een prominente plaats in in je hart. Of die plek open was of niet.

Een ontmoeting uit duizenden. Meestal ook letterlijk. Iemand om nooit meer te vergeten. Dat is niet iets dat je je voorneemt, dat is onontkoombaar. Je kunt het niet tegenhouden, zelfs al zou je dat willen. Zo iemand blijkt om onbegrijpelijke redenen voor altijd onvergetelijk. Dat blijkt soms pas later. Dan wordt het missen te intens. Dan ga je – soms pas na tientallen jaren – op zoek naar degene die onzichtbaar en onuitwisbaar is ingebrand in je ziel.

Zou Schopenhauer dat ook geweten hebben?

Geen opmerkingen:

Een reactie posten