Soms maak ik een foto die ik tamelijk geslaagd vind. Om beter te leren fotograferen lees ik fotoboeken, tijdschriften en kijk ik vaak vol bewondering naar foto’s van anderen. Daar leer ik van. Het leert me vooral dat de meeste foto’s die ik maak verre van perfect zijn en dat ik nog lang niet ben waar ik wil zijn. Natuurlijk zal ik nooit zover komen als topfotografen, maar dat hoeft nu ook weer niet (van mezelf).
Het gevolg is dat ik bij complimenten over een tamelijk geslaagde foto meteen begin uit te leggen wat er beter kan in plaats van het compliment in ontvangst te nemen. Nu heb ik nog niet zo lang geleden van iemand geleerd dat het niet tot de goede gebruiken behoort om te sputteren bij een welgemeend compliment, dus probeer ik me tegenwoordig in te houden. De neiging tot vergaande perfectie kan ik moeilijk onderdrukken. Het voornaamste nadeel is, dat ik niet snel tevreden ben over wat ik doe of maak (dus ook niet over het werk van anderen!) en dat ik veel tijd nodig heb, want kwaliteit en snelheid gaan moeilijk samen.
Dat komt allemaal door mijn ‘superego’ en dat is weer de schuld van Freud die dat begrip heeft bedacht. Het 'superego' is het beeld van je ideale zelf dat je in je jeugdjaren onbewust hebt opgebouwd in je onbewuste. Je kunt er dus niet bij. Het mag dan in mijn onbewuste opgeslagen zijn, maar van de invloed ben ik me wel degelijk bewust. Voortdurend.
Mijn superego fungeert als de strenge toezichthouder op al mijn daden, het is mijn ‘andere ik’.
Vastgeklonken aan me als mijn schaduw en met een gigantische invloed. Het is mijn innerlijke criticus, iemand die meekijkt over mijn schouder naar alles dat ik doe om te zien hoe goed ik het doe. Hij laat me nooit alleen. Er is geen ontkomen aan. Alleen als ik moe ben stelt hij die dag iets minder hoge eisen, maar dat haalt hij dan de volgende dag dan weer in.
Hij beloont, beschuldigt, intimideert, bedreigt en belooft, hij bemoeit zich met mijn relaties en ondermijnt bij tijd en wijle m’n zelfvertrouwen. Vaak haat ik hem, maar hij is onvermurwbaar. Hij is er altijd, ook bij het schrijven van een tekst. Ook bij deze tekst. Er is in dit stukje bijna geen zin die ik niet heb gewijzigd en er is geen blogje dat ik niet minstens driemaal verbeter. Dit is versie drie.Stephan Sanders schreef begin dit jaar in de Volkskrant:
De schrijver is ook de lezer van de tekst die hij produceert en tegelijkertijd leest. En tussendoor, bij nader inzien, toch nog even verandert. Qualitate qua is hij een gespleten persoonlijkheid. Ook zonder internet en zonder lezers.Ik moet het helaas toegeven.


Geen opmerkingen:
Een reactie posten