donderdag 14 mei 2009
Twee werelden
Om kwart over twaalf vanmiddag stond ik voor het eerst van mijn leven tussen Nederlandse moeders die hun kroost van school haalden. Junior had die dag dienst en ik was, onvoorzien, juist voor het middaguur bij hem langs gescheurd in een knalrood gehuurd miniautootje. Natúúrlijk ging ik mee.
We wandelden door de middagzon naar een gebouw dat van al veraf overduidelijk een school stond te wezen. We waren de enige mannen, maar geen van de tientallen moeders wendde haar hoofd af van de deur van waaruit even later de levensvreugde zou losbarsten. Niemand keek naar ons en toch bleek later dat iedereen ons had gezien. Dat kunnen alleen vrouwen.
Mijn aanwezigheid op die plek was even onverwacht als uniek. Het effect was overeenkomstig. Zodra Stamhouder me zag maakte hij zich los van zijn kornuiten en stormde op me af langs wachtende en om aandacht roepende moeders, geparkeerde fietsen en z’n vader. Sprong op, klom in me, klemde zijn armpjes om me heen, duwde zijn wang krachtig tegen de mijne en bleef zo meer dan een minuut roerloos en gelukzalig zitten. Het was het maximum van wat hij als 7-jarige in het openbaar aan genegenheid kon geven, want jongens van 7 jaar kussen niet meer. "Jakkes" vindt hij dat!
Het benaderde het toppunt aan fysieke overdracht van affectie dat ik me kon voorstellen. Ik smolt te plekke. Hij was niet alleen gek op me, hij uitte het ook. Zelden valt me nog zoiets te beurt. Diepe affectie is uiterst schaars onder volwassenen, en als die al bestaat, is er altijd wel een reden om dat niet zo spontaan te uiten als je hart je ingeeft: “Wat zouden de mensen wel denken“, “Dat roept misverstanden op“, “Zoiets doe je niet”. Dus geven we luchtkusjes in de buurt van een wang waaruit de ander en anderen niets kunnen opmaken. Alleen innig verliefden willen daar in het openbaar nog wel eens een uitzondering op maken, als hun liefde tenminste sociaal acceptabel is. Kortom zo’n vorm warmteoverdracht is even kostbaar als schaars.
Even later verscheen Prinsesje op het schoolplein. Ze liep naar haar vader, gaf hem de tekening die ze die morgen had gemaakt en verdween als een schicht achter hem toen ze me zag. Alsof ze de Boeman in eigen persoon had gezien. Ze wilde niets van me weten. Net voor haar vertrek uit Frankrijk, een week geleden, was ze als blijk van aanhankelijkheid nog bij me op schoot gekropen. Ze had daarna allerhartelijkst afscheid van me genomen en nu dit.
Tijdens het naar huis lopen zorgde ik dat ik achter haar bleef en op minstens 5 meter afstand. Het zou zodadelijk vanzelf weer overgaan dacht ik. Maar wat haar vader ook probeerde om de aanleiding van haar houding te horen te krijgen; ze zweeg en gaf geen krimp. Heel langzaam begon ik te begrijpen dat wat ik teweeg had gebracht een serieuze aardverschuiving was.
Haar Opa woont in Frankrijk. Hij hoort bij een huis met blauwe luiken met grasvelden er omheen, met een tractor waar je op schoot mag zitten als het gras gemaaid wordt, bij een hutkoffer met speelgoed en een prinsessenjurk. Waar je je eigen schommels hebt en waar je naar uitkijkt om naar toe te gaan als er geen school was en waar je op school over kunt vertellen, want niemand heeft een opa die helemaal in Frankrijk woont.
Rituelen zijn heilig in een kinderleven en ik was, zonder dat ik het wist, bezig die in elkaar te schuiven. Het ritueel van de school en de rituelen van de vakantie vloeiden in elkaar als natte waterverf. Ik voelde me schuldig en ik heb ter plekke besloten me nooit meer tussen de wachtende moeders te begeven. En nu ik toch bezig was heb ik nog iets besloten: Haar juffrouw zal ik nooit uitnodigen naar Frankrijk. ‘Tant pis’, zouden ze in Frankrijk zeggen.
Mijn besluiten bleken een gunstige invloed te hebben, ook al had ik er met niemand over gesproken, want die middag is het tussen ons weer helemaal goed gekomen.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten