Mijn
kleinzoon - 7 jaar deze week - heeft humor. Hij kan uitbundig lachen. Vooral om
klein leed. Groot leed komt groot binnen, dan huilt hij. Hij lacht het hardst
om iemand die onhandig doet, of zich door eigen schuld bezeert.
Als ik
quasi tegen een deur loop (met een schoen een schop ertegen geef en dan met een
van pijn vertrokken gezicht over mijn hoofd wrijf, een afgezaagde grap) komt
hij niet meer bij van het lachen. Maar hij lacht ook als iemand zich pijnlijk
stoot. Zijn schaterende lach wekt dan eerst extra ergernis op, maar werkt
daarna verzachtend.
Zijn
practical jokes beginnen voorbeeldig te worden. Enige tijd geleden zag ik dat
hij samen met een vriendje de laatste hand legde aan het plaatsen van
versleepte straatklinkers. Ze hadden ze ingenieus
onder 45° aan weerszijden tegen alle banden gezet van het transportbusje van de
buurman en met een andere klinker geborgd. Zoals ze het hadden gedaan zou er
vroeg in de donkere koude morgen geen beweging meer in te krijgen zijn. Ik had
het ze niet kunnen verbeteren. Nadat ik vol enthousiasme een poosje in mijn
auto had zitten zitten lachen, besloot ik dat ik een probleem had: Moest ik nu
in overleg treden om ze hun uitvinding te laten milderen of gunde ik ze de lol?
Het werd overleg en ik heb lachend ingestemd
met een compromis.
Recent
vroeg hij nonchalant of zijn moeder de TV op een andere zender wilde zetten.
Haar waarschuwingslampje had moeten knipperen want hij kan dat zelf als de
beste. De afstandsbediening bleek niet te werken, ze begreep er niets van.
Stamhouder kon zich tijdens haar pogingen
een poosje goed houden, toen werd het hem te moeilijk en schalde zijn
schaterlach door de kamer. Hij had de batterijen uit de afstandsbediening
gehaald.
Ik hoop
dat ik een beetje op hem lijk. Misschien krijg ik dan ook nog krullen.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten