zondag 5 juli 2009

Goedgekeurd


De vrouw keek de man aan en draaide langzaam haar hoofd van rechts naar links en toen van links naar rechts. Hij deed de hoed af, legde die naast de stapel, pakte de volgende en zette hem op. Weer keek hij zwijgend naar de vrouw en weer schudde ze haar hoofd.

Het was tropisch warm. Ook in de winkel. De winkelbaas had er op ingespeeld en bedacht dat dit het ideale moment was om klanten te lokken met een aanbieding van strohoeden. Dus stond er nu een stapel hoeden van verschillende kleur en maat in de winkel tussen speelgoed en vaatwerk opgetast. "Uitzoeken maar!!" schreeuwde de hanepoten op het karton dat er tegenaan leunde. Een flinke portie zelfwerkzaamheid voor de geachte klanten, het viel niet mee om de hoeden uit elkaar te krijgen.

Een al wat kalende man oudere man was blijkbaar aan een beschermend hoofddeksel toe. Hij had de bovenste hoed met moeite van de stapel getrokken, opgezet en keek om zich heen of hij een spiegel zag. Die was er niet. De winkel deed gewoonlijk niet in kleding of aanverwant, en voor het vaatwerk en de prullaria die ze verkochten was geen spiegel nodig.

Een meter of zes verder stond een vrouw van ongeveer zijn leeftijd naar een servies te kijken. Ze was later binnengekomen en hoorde kennelijk niet bij de man. Ze had een bord met een dikke rode rand van de plank gehaald draaide dat om en weer terug en keek voor zich uit. Ze probeerde zich waarschijnlijk voor te stellen hoe het servies zou staan op het geblokte kleedje. Een blik kruiste de hare, de zondagmorgentafel vervaagde en ze keek in de zoekende blik van een man met een strohoedje. “Te klein”, dacht ze en onwillekeurig schudde ze heel langzaam haar hoofd terwijl ze de man aankeek .

Alsof het vanzelfsprekend was zette de man de hoed af en zocht een ander uit. De vrouw bleef staan waar ze stond. Het bord nog in haar hand. Ze wachtte en keek. “Ook te klein” vond ze en schudde opnieuw haar hoofd. Hij zocht er nu een uit in een andere kleur. “Het is niet de kleur, het is het model, het staat je niet” dacht ze en weer keurde ze hem van een afstand met haar blik af.

Een paar minuten en een paar hoeden verder vatte de man blijkbaar moed. Hij trok een cowboyhoed uit de stapel die hij eerder opzij had gelegd, keek naar de maat, zette hem op en keek onzeker naar de vrouw. Het was duidelijk dat hij zich niet op zijn gemak voelde onder het hoofddeksel. Nu knikte ze twee keer langzaam instemmend, die hoed stond hem goed. Hij glimlachte verlegen terug, knikte om haar te bedanken en draaide zich zwijgend om in de richting van de kassa, de cowboyhoed in de hand.

Ze keek naar het bord dat ze nog steeds in haar hand had. “De rode rand is ’s morgens vroeg toch niet leuk” dacht ze, “het staat niet”. Ze zette het bord weer terug op de plek waar het stond en liep de winkel uit. Op de parkeerplaats zag ze in de verte in een flits nog net hoe hoofd met een cowboyhoed in een auto verdween.

Ze glimlachte en vroeg zich af wat hij zou zeggen als hij thuis kwam.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten