De vrouw
keek de man aan en draaide langzaam haar hoofd van rechts naar links en toen van
links naar rechts. Hij deed de hoed af, legde die naast de stapel, pakte de volgende
en zette hem op. Weer keek hij zwijgend naar de vrouw en weer schudde ze haar
hoofd.
Het was
tropisch warm. Ook in de winkel. De winkelbaas had er op ingespeeld en bedacht
dat dit het ideale moment was om klanten te lokken met een aanbieding van
strohoeden. Dus stond er nu een stapel hoeden van verschillende kleur en maat
in de winkel tussen speelgoed en vaatwerk opgetast. "Uitzoeken
maar!!" schreeuwde de hanepoten op het karton dat er tegenaan leunde. Een
flinke portie zelfwerkzaamheid voor de geachte klanten, het viel niet mee om de
hoeden uit elkaar te krijgen.
Een al wat
kalende man oudere man was blijkbaar aan een beschermend hoofddeksel toe. Hij
had de bovenste hoed met moeite van de stapel getrokken, opgezet en keek om
zich heen of hij een spiegel zag. Die was er niet. De winkel deed gewoonlijk
niet in kleding of aanverwant, en voor het vaatwerk en de prullaria die ze
verkochten was geen spiegel nodig.
Een meter
of zes verder stond een vrouw van ongeveer zijn leeftijd naar een servies te
kijken. Ze was later binnengekomen en hoorde kennelijk niet bij de man. Ze had een
bord met een dikke rode rand van de plank gehaald draaide dat om en weer terug
en keek voor zich uit. Ze probeerde zich waarschijnlijk voor te stellen hoe het
servies zou staan op het geblokte kleedje. Een blik kruiste de hare, de
zondagmorgentafel vervaagde en ze keek in de zoekende blik van een man met een
strohoedje. “Te klein”, dacht ze en onwillekeurig schudde ze heel langzaam haar
hoofd terwijl ze de man aankeek .
Alsof het
vanzelfsprekend was zette de man de hoed af en zocht een ander uit. De vrouw
bleef staan waar ze stond. Het bord nog in haar hand. Ze wachtte en keek. “Ook
te klein” vond ze en schudde opnieuw haar hoofd. Hij zocht er nu een uit in een
andere kleur. “Het is niet de kleur, het is het model, het staat je niet” dacht
ze en weer keurde ze hem van een afstand met haar blik af.
Een paar
minuten en een paar hoeden verder vatte de man blijkbaar moed. Hij trok een
cowboyhoed uit de stapel die hij eerder opzij had gelegd, keek naar de maat,
zette hem op en keek onzeker naar de vrouw. Het was duidelijk dat hij zich niet
op zijn gemak voelde onder het hoofddeksel. Nu knikte ze twee keer langzaam
instemmend, die hoed stond hem goed. Hij glimlachte verlegen terug, knikte om
haar te bedanken en draaide zich zwijgend om in de richting van de kassa, de
cowboyhoed in de hand.
Ze keek
naar het bord dat ze nog steeds in haar hand had. “De rode rand is ’s morgens
vroeg toch niet leuk” dacht ze, “het staat niet”. Ze zette het bord weer terug
op de plek waar het stond en liep de winkel uit. Op de parkeerplaats zag ze in
de verte in een flits nog net hoe hoofd met een cowboyhoed in een auto
verdween.
Ze
glimlachte en vroeg zich af wat hij zou zeggen als hij thuis kwam.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten