Ik heb
een slecht geheugen. Dat weet ik al heel lang. Op mijn 12e jaar ben ik voor het
eerst psychologisch getest. Dat was om te bepalen naar welke school ik zou
gaan. Uiteindelijk bleek dat weinig zin gehad te hebben want mijn vader besloot
dat ik eerst naar een andere school moest: de school waar hij les gaf. De
psycholoog van toen was - in mijn ogen - een norse, oude man. De tests vond ik
niet leuk en dat is - los van de resultaten - daarna altijd zo gebleven. Van
die eerste test weet ik niet veel meer, dus de man blijkt gelijk te hebben
gekregen. Wat ik nog wel weet, is dat ik allerlei testjes moest invullen, of
zeggen waar welk figuurtje bij hoorde. Hij zat intussen tegenover mij te kijken
op een dik zilverkleurig zakhorloge waarop ik de grote secondewijzer zag
rondgaan en soms riep hij ineens”Stop!”
Ik moest
ook een warrige en steeds langere reeks cijfers aanhoren en reproduceren.
Daarna moest ik dat opnieuw doen maar dan in omgekeerde volgorde. Dat vond ik
toen het moeilijkst. Enkele dagen later werden mijn ouders uitgenodigd voor de
uitslag. Ik mocht mee. Ook van die bijeenkomst kan ik me weinig meer herinneren
behalve zijn uitspraak "…… dat mijn geheugen geen gelijke tred hield met
mijn intelligentie ……". Dat was een zwaar teleurstellende mededeling voor
me, ik had blijkbaar een handicap. Gelukkig was die onzichtbaar. Vanaf dat
moment loop ik dus rond met een slecht geheugen.
In de
decennia daarna kwam ik verschillende malen mensen tegen die zich dingen wisten
te herinneren die ik was vergeten. Dan dacht ik meteen “zie je wel, die oude
brombeer had gelijk”. Ik heb mijn slechte geheugen altijd als een feit aanvaard
waar ik niets tegen kon doen. Dat heeft zoveel invloed gehad dat het mij nooit
is opgevallen dat het tijdens de vele latere tests die ik heb moet ondergaan
nooit opnieuw is gemeld.
Pas
onlangs realiseerde ik me dat ik op de middelbare school nogal gemakkelijk een
bladzijde Franse woordjes in me op kon nemen en dat soort dingen, maar dat had - vreemd genoeg - geen invloed
op mijn opvatting over mijn slechte geheugen. Later in mijn leven bleek ik
tientallen cijfercombinaties te kunnen reproduceren die ik, zonder dat ik dat
wilde, had onthouden en waarvan het ook totaal geen zin had dat ik ze wist.
Desondanks bleef ik van mijn slechte geheugen overtuigd
Nadat ik
2 jaar geleden terugkwam van een onverwacht verblijf op de afdeling Intensive
Care van een niet al te naburig ziekenhuis, bleek mijn (korte termijn) geheugen
serieus te zijn aangetast. Ik stelde soms vijfmaal binnen korte tijd dezelfde vraag.
Dat was bijzonder irritant voor mijn omgeving, die daardoor dacht dat ik vroeg
naar iets wat ik al wist. Dat had geen positieve invloed op de atmosfeer.
Helaas wist ik het dan echt niet meer.
Het heeft
enige tijd geduurd voordat ik me dat realiseerde, maar toen was het
beangstigend. Ik weet nog goed dat ik mijn best deed om te verbergen dat ik
niet meer wist of ik iets al had gevraagd. Tot mijn bijzonder grote vreugde en
nog grotere dankbaarheid is het na maanden onmerkbaar geleidelijk overgegaan. (De
verklaring achteraf is dat het waarschijnlijk een gevolg was van een hevig en
tamelijk langdurig zuurstoftekort.) Niet dat ik nu de dingen
niet meer bij herhaling vraag, maar dat is dan 'slechts' het gevolg van mijn
verstrooidheid. Die is vertrouwd onveranderd gebleven.
Na die
ervaring ben ik begonnen met mij te verontschuldigen over mijn slechte
geheugen. Dat leidde tot volstrekt onverwachte reacties. Mensen die me erg goed
kenden reageerden met verbazing. Ze vonden juist dat ik een goed geheugen had. Natuurlijk
geloofde ik ze niet - ze zeiden dat natuurlijk alleen om aardig te zijn - maar
toen dat vaker gebeurde en men voorbeelden aandroeg, begon ik geleidelijk te
twijfelen aan de juistheid van mijn opvatting. Mijn geheugen is weliswaar niet
erg goed, maar misschien ook weer niet zo slecht als ik altijd had gedacht. Ik
begon me steeds meer te verbazen over de invloed die de uitspraak van meer dan
50 jaar geleden op mijn zelfbeeld gehad.
Ik heb me
ook afgevraagd waarom die oude brombeer het toen zo heeft geformuleerd en niet
omgekeerd, bijvoorbeeld: “Zijn intelligentie is groter dan je op grond van zijn
geheugen zou veronderstellen”. Dat is natuurlijk precies hetzelfde maar dat
klinkt tenminste positief.
Het
effect zou echter totaal verkeerd zijn geweest. Nu heeft hij heeft bereikt dat
ik niet met een misplaatst gevoel van superioriteit de schoolbanken in ben
gegaan. Dat zou rampzalig zijn geweest, zowel voor mij als voor mijn omgeving.
Die ramp heeft hij op een simpele manier weten te voorkomen. Daar ben ik hem
postuum dankbaar voor.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten