donderdag 2 april 2009

Slecht geheugen


Ik heb een slecht geheugen. Dat weet ik al heel lang. Op mijn 12e jaar ben ik voor het eerst psychologisch getest. Dat was om te bepalen naar welke school ik zou gaan. Uiteindelijk bleek dat weinig zin gehad te hebben want mijn vader besloot dat ik eerst naar een andere school moest: de school waar hij les gaf. De psycholoog van toen was - in mijn ogen - een norse, oude man. De tests vond ik niet leuk en dat is - los van de resultaten - daarna altijd zo gebleven. Van die eerste test weet ik niet veel meer, dus de man blijkt gelijk te hebben gekregen. Wat ik nog wel weet, is dat ik allerlei testjes moest invullen, of zeggen waar welk figuurtje bij hoorde. Hij zat intussen tegenover mij te kijken op een dik zilverkleurig zakhorloge waarop ik de grote secondewijzer zag rondgaan en soms riep hij ineens”Stop!”

Ik moest ook een warrige en steeds langere reeks cijfers aanhoren en reproduceren. Daarna moest ik dat opnieuw doen maar dan in omgekeerde volgorde. Dat vond ik toen het moeilijkst. Enkele dagen later werden mijn ouders uitgenodigd voor de uitslag. Ik mocht mee. Ook van die bijeenkomst kan ik me weinig meer herinneren behalve zijn uitspraak "…… dat mijn geheugen geen gelijke tred hield met mijn intelligentie ……". Dat was een zwaar teleurstellende mededeling voor me, ik had blijkbaar een handicap. Gelukkig was die onzichtbaar. Vanaf dat moment loop ik dus rond met een slecht geheugen.

In de decennia daarna kwam ik verschillende malen mensen tegen die zich dingen  wisten te herinneren die ik was vergeten. Dan dacht ik meteen “zie je wel, die oude brombeer had gelijk”. Ik heb mijn slechte geheugen altijd als een feit aanvaard waar ik niets tegen kon doen. Dat heeft zoveel invloed gehad dat het mij nooit is opgevallen dat het tijdens de vele latere tests die ik heb moet ondergaan nooit opnieuw is gemeld.

Pas onlangs realiseerde ik me dat ik op de middelbare school nogal gemakkelijk een bladzijde Franse woordjes in me op kon nemen en dat soort dingen, maar dat had - vreemd genoeg - geen invloed op mijn opvatting over mijn slechte geheugen. Later in mijn leven bleek ik tientallen cijfercombinaties te kunnen reproduceren die ik, zonder dat ik dat wilde, had onthouden en waarvan het ook totaal geen zin had dat ik ze wist. Desondanks bleef ik van mijn slechte geheugen overtuigd

Nadat ik 2 jaar geleden terugkwam van een onverwacht verblijf op de afdeling Intensive Care van een niet al te naburig ziekenhuis, bleek mijn (korte termijn) geheugen serieus te zijn aangetast. Ik stelde soms vijfmaal binnen korte tijd dezelfde vraag. Dat was bijzonder irritant voor mijn omgeving, die daardoor dacht dat ik vroeg naar iets wat ik al wist. Dat had geen positieve invloed op de atmosfeer. Helaas wist ik het dan echt niet meer.

Het heeft enige tijd geduurd voordat ik me dat realiseerde, maar toen was het beangstigend. Ik weet nog goed dat ik mijn best deed om te verbergen dat ik niet meer wist of ik iets al had gevraagd. Tot mijn bijzonder grote vreugde en nog grotere dankbaarheid is het na maanden onmerkbaar geleidelijk overgegaan. (De verklaring achteraf is dat het waarschijnlijk een gevolg was van een hevig en tamelijk langdurig zuurstoftekort.) Niet dat ik nu de dingen niet meer bij herhaling vraag, maar dat is dan 'slechts' het gevolg van mijn verstrooidheid. Die is vertrouwd onveranderd gebleven.

Na die ervaring ben ik begonnen met mij te verontschuldigen over mijn slechte geheugen. Dat leidde tot volstrekt onverwachte reacties. Mensen die me erg goed kenden reageerden met verbazing. Ze vonden juist dat ik een goed geheugen had. Natuurlijk geloofde ik ze niet - ze zeiden dat natuurlijk alleen om aardig te zijn - maar toen dat vaker gebeurde en men voorbeelden aandroeg, begon ik geleidelijk te twijfelen aan de juistheid van mijn opvatting. Mijn geheugen is weliswaar niet erg goed, maar misschien ook weer niet zo slecht als ik altijd had gedacht. Ik begon me steeds meer te verbazen over de invloed die de uitspraak van meer dan 50 jaar geleden op mijn zelfbeeld gehad.

Ik heb me ook afgevraagd waarom die oude brombeer het toen zo heeft geformuleerd en niet omgekeerd, bijvoorbeeld: “Zijn intelligentie is groter dan je op grond van zijn geheugen zou veronderstellen”. Dat is natuurlijk precies hetzelfde maar dat klinkt tenminste positief.

Het effect zou echter totaal verkeerd zijn geweest. Nu heeft hij heeft bereikt dat ik niet met een misplaatst gevoel van superioriteit de schoolbanken in ben gegaan. Dat zou rampzalig zijn geweest, zowel voor mij als voor mijn omgeving. Die ramp heeft hij op een simpele manier weten te voorkomen. Daar ben ik hem postuum dankbaar voor.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten