Fotograferen
betekent ‘schrijven met licht’. Daarom schijf ik het woord soms ook als
fotograveren. Dat is veelzeggender, want zonder licht is er geen foto en zonder
het juiste licht krijg je geen goeie foto.
Hoe meer
je fotografeert des beter je de eigenschappen en kwaliteit van het licht leert
zien. Dat is een geweldige verrijking. Alleen dat is al een reden om veel te
fotograferen, ook al doe je niets met de resultaten. Je leert kijken en op den
duur leer je dan vanzelf ‘zien’.
Het is
fantastisch dat we een zintuig hebben waarmee we kunnen zien: onze ogen, al heb
ik geen idee waarom we er 2 hebben en niet 1 of 3 of 4.
Het lijkt
me niet waarschijnlijk dat er 1 voor het verlies is. Maar of we er 2 hebben gekregen
om de afstand te schatten tot onze tegenligger of tot de green op de golfbaan
lijkt me ook al niet waarschijnlijk. Meer dan 2 ogen pasten misschien niet in
ons hoofd en ons hoofd kon al niet groter (daarom zijn onze te grote hersenen ook zo
opgefrommeld). Mensen hebben relatief al het grootste hoofd van alle zoogdieren
en als het nog groter zou worden zouden we niet eens meer geboren kunnen
worden.
Het
(dag)licht verschilt van moment tot moment. Er zijn zoveel soorten licht dat
die niet te beschrijven zijn. Licht beweegt zich tussen tegenstellingen als: veel-weinig, hard-zacht, fel-gedempt,
vlak-contrastrijk, warm-koud, dramatisch-vrolijk en nog veel meer. Naast al
deze eigenschappen is licht nooit ‘wit’, het kan - in subtiele vorm - alle
kleuren van de regenboog hebben. Maar door het aanpassingsvermogen van onze
hersenen ‘zien’ we dat niet, of beter gezegd: zijn we ons dat meestal niet
bewust.
Het
daglicht komt van de (onze) zon. Daar vindt al 4,5 miljard jaar permanent en
volautomatisch kernfusie plaats. De energie die daarbij vrijkomt wordt
uitgestraald als elektromagnetische straling. (Jawel, licht is door een
magneet af te buigen!) Het blijkt moeilijk om me voor te stellen dat onze ogen
straling kunnen opvangen die van 150 miljoen kilometer afstand (8 minuten) op
ons afkomt.
Op ons
netvlies hebben we staafjes en kegeltjes. De staafjes dienen om de hoeveelheid
straling te meten en de 3 soorten kegeltjes (voor rood-groen-blauw) zijn om de
kleur te bepalen [en nu maar hopen dat je evenveel van elk soort staafjes hebt,
ander ben je ‘kleurenblind’]. Al die staafjes en kegeltjes fungeren samen als
één supergevoelige antenne. Wij zijn de enige zoogdieren die zo’n verfijnde
antenne hebben, de meeste zoogdieren zien geen kleuren of slechts enkele
kleuren.
Maar ……
licht bestaat niet. We maken het zelf. Wij dènken wel dat we zien met onze
ogen, maar dat is helemaal niet zo, we zien met onze hersens! Ons netvlies vangt
de elektromagnetische golven op en geven het signaal door aan de hersenen en
die vertalen dat in licht. Het is heel moeilijk voor te stellen; maar eigenlijk
lopen we lopen dus in het donker. Dank zij onze hersenen ervaren we dat als
licht. Het is een beetje te vergelijken met nachtkijkers. In het pikkedonker
zien we niets, maar als we dan een infrarood kijker gebruiken wordt er een
straling - die er wel is, maar die wij niet ‘kunnen zien’ - omgezet naar een
frequentie die we wel kunnen zien. We staan er niet bij stil, maar het is
fantastischer dan de meest fantastische film ooit!
Gelukkig
maar dat we niet net zulke supergevoelige sensoren hebben om al de elektromagnetische
golven van GSM/GPRS/UMTS antenne's, GPS-satellieten, Wifi's, draadloze
alarmsystemen en andere technologische verworvenheden te kunnen opvangen. Daar
zou de zon bij verbleken en de nacht zou tot geschiedenis behoren.
En zeg
nou zelf, wie zou de nacht willen missen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten