De
supermarkt waar we onze boodschappen doen is voor Nederlandse begrippen nogal
ruim bemeten en uitbundig gevarieerd. Brede paden en gangen monden uit in 24 kassa’s op rij.
Gisteren
stond ik even lichtkens watertandend stil bij ambachtelijke
rauwe hammen die als een waterval waren opgehangen in een display. Je kon er
niet omheen, nou ja, overdrachtelijk dan. Terwijl ik stil stond en de smaak via mijn ogen over mijn tong liet glijden, kwam er langzaam van achter een winkelwagentje langszij. Er
bleek een oudere man aan vast te zitten. Hij had een lichtbruine driekwart jekker
aan en een donkerbruine pet op, veel meer dan zijn kleding zag ik niet.
Net toen
hij me voorbij was bleef hij staan in het gangpad. Schuin van achteren zag ik de
zijkant van een bril met zwaar montuur en een gehoorapparaat achter zijn
rechter oor. Ik schatte hem boven de tachtig. Hij leunde licht op de kar. Zijn
gezicht kon ik niet zien, maar zijn houding straalde een diepe troosteloosheid uit. Hij stond er zonder iets of iemand te
zien. Geduldig als een geslagen hond, die de hoop op betere tijden heeft opgegeven.
Net toen
ik mijn blik weer aan de hammen wilde wijden, schoot er een iets jongere kleine
vrouw in een volkomen mislukte namaakbontjasje uit een naastliggende pad. Ze gooide de
boodschappen die ze in haar hand had in het winkelwagentje en begon de man
op twee meter afstand van me geagiteerd en luidkeels uit te foeteren. Ze had een blik waar de ontevredenheid met de wereld in het algemeen, en haar huwelijk meer in het bijzonder, in de loop van de jaren onuitwisbare groeven had getrokken.
“Ik heb toch gezegd dat je op me
moest wachten”,
“Je weet toch dat ik nog naar de vleeswaren moest”,
“Nu moet ik het hele stuk lopen en ik moet nog weer terug ook”,
“Je luistert ook nooit naar wat ik zeg, aan jou heb ik niets”,
“Hier blijven wachten tot ik terug ben!".
“Je weet toch dat ik nog naar de vleeswaren moest”,
“Nu moet ik het hele stuk lopen en ik moet nog weer terug ook”,
“Je luistert ook nooit naar wat ik zeg, aan jou heb ik niets”,
“Hier blijven wachten tot ik terug ben!".
Weg klikklakte ze weer. De man
had haar zwijgend aangehoord. Hij had niet eens bewogen.
De diepe moedeloosheid kon je niet ontgaan. Zijn
verzet, dat al jaren geleden gebroken was. Zijn doofheid, waardoor hij haar rappe
tong niet meer verstond. De dagelijkse scheldpartijen, waardoor hij vergeten
was of hij ooit in zijn leven gelukkig was geweest.
Hij staarde geduldig en verlangend naar de oneindigheid waar vrede heerst.


Prachtig Willem, ik draag de arme man een warm hart toe.
BeantwoordenVerwijderenJudith
Willem toch, ik krijg er koud van.
BeantwoordenVerwijderenPrachtig hoe jij alles kan omschrijven, een simpel alledaags voorval is een super blog geworden. Subliem... ik heb echt genoten. Je hebt toch echt schrijverstalent hoor,daar ben ik gezond jaloers van( zou Judith zeggen ;-) )
Zo zijn er dus ook vrouwen, jammer genoeg in grote getale, denk ik toch. Je zou de vele singles de dag van vandaag bijna gelijk gaan geven, ware het niet dat ze ook een deel andere zaken missen (dan uitgefoeterd worden hé)...
BeantwoordenVerwijderen