“De enige
werkelijkheid die er is, zit in je eigen hoofd” (Willem)
De
filosoof Ludwig Wittgenstein (1989-1951) was een buitengewoon knappe èn een
excentriek man. Zo liep hij, naar verluidt, in 1929 in Cambridge eens twee
dagen rond alleen gekleed in een paar tweekleurige leren schoenen. Toen een
jonge student hem vroeg om zijn naaktheid uit te leggen sloeg Wittgenstein hem
op het hoofd met een kopie van Kants “Kritiek van de praktische rede”, die hij
bestudeerde in de tijd.
“De
schoonheid van een cirkel is niet dat zij een begin heeft, maar geen einde!”
schreeuwde hij.
Wittgenstein
heeft al op jonge leeftijd in een klein maar tamelijk moeilijk boekje
(Tractatus Logico Philosophicus), zijn gedachten over de werkelijkheid beschreven.
Wittgenstein probeerde vast te stellen hoe je duidelijke uitspraken kunt doen
over de werkelijkheid. Dat blijkt heel wat lastiger dan je denkt. Het komt er
heel in ‘t kort op neer dat ‘DE Werkelijkheid’ niet bestaat in een vorm die wij
kunnen waarnemen of begrijpen, al zijn we ons dat doorgaans totaal niet bewust.
Collega
Jaap is goeroe op het gebied van de architectuur van informatiesystemen. Hij
legt zijn cursisten, in navolging van Wittgenstein, altijd uit dat ‘DE
Werkelijkheid’ een fictie is. Na veel – vaak zinloze – discussies blijft er van
de werkelijkheid meestal maar een klein gemeenschappelijk deeltje over. Dat
noemt men ‘de intersubjectieve
werkelijkheid’. Een gefingeerd
voorbeeldje:
“…… Het
was mooi wit.
Wit! Hoe
kom je daar bij! Het was bijna zwart!
Nou zeg!
Dat leek maar zo op het plaatje, in werkelijkheid is het hartstikke wit.
In de
werkelijkheid is het bijna zwart. Jij weet niet wat wit is ……
En jij
kan niet kijken ……!
En jij
niet onthouden .……!
Ik heb
het toch zelf gezien!
Ik ook anders
ook hoor!!
Nou ja,
het was in ieder geval gezellig.
Gezellig
……? Het was vreselijk.
Hebben we
over hetzelfde?
Ja, over
gisteravond.
Onmogelijk,
ik had bijna niets gedronken!
Nou ik
anders ook niet!
Maar het
was wel lekker weer.
Ja, dat
wel ……
—–
Met
afbeeldingen van de werkelijkheid
(foto’s, verslagen, rapporten en
informatiesystemen) is het nog erger. Alle afbeeldingen
van de werkelijkheid geven daar maar een klein deel van weer en zijn per
definitie nog minder betrouwbaar. Toch baseren we daar de meeste van onze
politieke, zakelijke en privébeslissingen
op.
En er is
nog een andere dimensie aan de werkelijkheid: die van het verschil van tussen
droom en werkelijkheid. Vaak passen we de waargenomen werkelijkheid aan onszelf
aan door een gekleurde bril op te zetten en selectief te zien. Verliefdheid is
daar het meest sprekende voorbeeld van. Vooroordelen doen hetzelfde.
Jaap
heeft beide dimensies samengevat in twee woorden en die met grote letters op de
gevel van het huis gezet dat hij heeft laten bouwen. Het ideaal dat hij van dat
huis in zijn hoofd had, bleek de pan uit te rijzen. Er moest worden versoberd.
Het is een mooi huis geworden al is het niet helemaal zoals hij aanvankelijk
droomde. De naam van het huis?
‘De
Werkelijkheid’
Geen opmerkingen:
Een reactie posten