Twee goed
geklede dames van bijna middelbare leeftijd hadden kennelijk belangstelling
voor een
salontafeltje. Eén van de twee had het tafeltje van het plateau boven de dozen
gehaald om het goed te kunnen bekijken. Ze hadden blijkbaar voldoende gezien,
want de blondste van de twee deed een poging om het tafeltje weer terug te
zetten op het te hoge plateau. Het eraf halen was makkelijker geweest en ze
stond nu, boven haar macht te tobben om het terug te zetten, terwijl haar
vriendin van een afstandje toekeek.
Achter de
rug van de vrouw kwam er kwam er een wat oudere man, uit een gang tussen de
stellingen gelopen. Hij had een
grote gele tas met boodschappen in zijn linkerhand. De tobbende vrouw zag hem
niet aankomen, ze stond te zuchten en had alleen nog oog voor het weerbarstige laatste
tafelpootje. Terwijl de man achter haar langs liep, tilde hij met zijn
rechterhand het pootje op. Zijn arm leek voor de vrouw uit het niets te komen.
Terwijl hij het tafeltje op z'n plaats zette zei de vrouw, nog zonder dat ze
hem kon aankijken. “Wat lief van u, dank u wel”. “Geen dank, ik bèn lief” klonk
het van heel dichtbij.
Het
antwoord had het effect van een voltreffer. De hal vervaagde en haar wereld
kromp tot 2 vierkante meter.
Haar vriendin bestond even niet meer. Haar blauwe ogen zochten zijn gezicht, tasten
het af en keken achter zijn vriendelijke blik. De seconden leken minuten. Het werd
een gesprek zonder woorden. Toen ze weer wat kon zeggen, zei ze: “Ehh .……. Ik
zie het. Zijn er mensen die dat weten?” De man glimlachte vriendelijk. “Die mensen
zijn er”, zei hij, ”maar of het er voldoende zijn, weet ik niet”. Het werd
opnieuw stil.
Net toen de
blonde vrouw weer wat wilde zeggen kwam er een wat verwaarloosd uitziende vrouw
met een kordate pas uit het pad naast stelling 15 gelopen. Ze overzag in één
oogopslag de situatie. Ze deed alsof haar man er alleen stond en riep met een
frons op haar voorhoofd: ”Kom Henk, waar blijf je nou!?” op een toon die geen
tegenspraak duldde. Ze pakte de man bij de mouw van zijn linkerarm en trok hem
weg van de plek waar hij stond. Terwijl hij zich liet meevoeren draaide hij
zijn hoofd en bleef de blonde vrouw zo lang mogelijk aankijken. Haar blauwe
ogen bleven aan de zijne kleven. Uiteindelijk draaide hij zich om en ik hoorde
haar zuchten terwijl ze weer op aarde terugkeerde.
Ze
besloot het salontafeltje te kopen.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten