zaterdag 21 februari 2009

IKEA

Deze week  moest ik bij Ikea (in NL) nog wat onderdelen halen voor een keuken. Wat ik nodig had lag op één van de stellingen in de enorme hal bij de uitgang. In het gangpad stonden her en der pallets met afgeprijsde artikelen waar Ikea kennelijk snel vanaf wilde. Bovenop elke pallet stond een gemonteerd meubel om te laten zien wat er in de bruine kartonnen dozen zat, die er onder lagen.



Twee goed geklede dames van bijna middelbare leeftijd hadden kennelijk belangstelling
voor een salontafeltje. Eén van de twee had het tafeltje van het plateau boven de dozen gehaald om het goed te kunnen bekijken. Ze hadden blijkbaar voldoende gezien, want de blondste van de twee deed een poging om het tafeltje weer terug te zetten op het te hoge plateau. Het eraf halen was makkelijker geweest en ze stond nu, boven haar macht te tobben om het terug te zetten, terwijl haar vriendin van een afstandje toekeek.

Achter de rug van de vrouw kwam er kwam er een wat oudere man, uit een gang tussen de stellingen gelopen. Hij had een grote gele tas met boodschappen in zijn linkerhand. De tobbende vrouw zag hem niet aankomen, ze stond te zuchten en had alleen nog oog voor het weerbarstige laatste tafelpootje. Terwijl de man achter haar langs liep, tilde hij met zijn rechterhand het pootje op. Zijn arm leek voor de vrouw uit het niets te komen. Terwijl hij het tafeltje op z'n plaats zette zei de vrouw, nog zonder dat ze hem kon aankijken. “Wat lief van u, dank u wel”. “Geen dank, ik bèn lief” klonk het van heel dichtbij.

Het antwoord had het effect van een voltreffer. De hal vervaagde en haar wereld
kromp  tot 2 vierkante meter. Haar vriendin bestond even niet meer. Haar blauwe ogen zochten zijn gezicht, tasten het af en keken achter zijn vriendelijke blik. De seconden leken minuten. Het werd een gesprek zonder woorden. Toen ze weer wat kon zeggen, zei ze: “Ehh .……. Ik zie het. Zijn er mensen die dat weten?” De man glimlachte vriendelijk. “Die mensen zijn er”, zei hij, ”maar of het er voldoende zijn, weet ik niet”. Het werd opnieuw stil.

Net toen de blonde vrouw weer wat wilde zeggen kwam er een wat verwaarloosd uitziende vrouw met een kordate pas uit het pad naast stelling 15 gelopen. Ze overzag in één oogopslag de situatie. Ze deed alsof haar man er alleen stond en riep met een frons op haar voorhoofd: ”Kom Henk, waar blijf je nou!?” op een toon die geen tegenspraak duldde. Ze pakte de man bij de mouw van zijn linkerarm en trok hem weg van de plek waar hij stond. Terwijl hij zich liet meevoeren draaide hij zijn hoofd en bleef de blonde vrouw zo lang mogelijk aankijken. Haar blauwe ogen bleven aan de zijne kleven. Uiteindelijk draaide hij zich om en ik hoorde haar zuchten terwijl ze weer op aarde terugkeerde.

Ze besloot het salontafeltje te kopen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten