dinsdag 27 januari 2009

Identiteit

Enige tijd geleden wilde Maatje in NL een auto huren. Dat doen we wel vaker, dan kon zij naar haar Vader en boodschappen doen, onafhankelijk van mij. De huurauto was vanuit Frankrijk gereserveerd en stond voor haar klaar. 

Enige tijd nadat ik haar bij het verhuurbedrijf had afgezet belde ze me vanuit de tram: “Ik kon geen auto huren want ik ben mijn rijbewijs vergeten, dat ligt nog in Frankrijk”. “Beetje dom“, heet dat tegenwoordig, al moet ik eerlijk zeggen dat dat nu niet precies mijn reactie was.

Wie zijn billen brandt heeft er recht op om op de blaren te zitten, maar ach…. Ik wist hoe lastig de reizen waren met openbaar vervoer die haar nu te wachten stonden, dus het werd tijd voor een list. Ik besloot om te proberen zelf de auto te huren en haar daar dan in te laten rijden. Natuurlijk mocht dat niet, maar na een uitgebreide discussie - waarin ik mijn best deed om alle begrip van deze wereld te tonen - wist ik het personeel van de verhuurder uiteindelijk te overreden een oogje dicht te knijpen. Toen kwam de teleurstellende ontknoping: Mijn Nederlandse rijbewijs bleek al 8 maanden verlopen! Daar was zelfs mijn overtuigingskracht niet tegen opgewassen. Truc mislukt dus.

Het kwam de stemming ten goede; nu hadden we beiden een fout gemaakt en de pijn moest dus eerlijk worden verdeeld. Maatje een beetje minder met openbaar vervoer en ik een beetje meer mijn programma aanpassen. En verder: ik had niet alleen 8 maanden zonder geldig rijbewijs gereden, maar ik was daardoor waarschijnlijk al die tijd ook onverzekerd! En dat was nog niet over, het zou duren totdat ik een nieuw roze papiertje zou hebben veroverd. Nu geeft ik niet zoveel om risico’s, maar dit grensde zelfs voor mij aan het onverantwoorde. Toch was er geen alternatief. 

Met de grootste spoed moest ik dus op jacht naar een nieuw rijbewijs. Het oude was zo lang verlopen dat ik er geen idee  van had of ik opnieuw rijexamen zou moeten doen. Er ontrolde zich een somber scenario: Voor theorie zou ik ongetwijfeld zakken en als ik dat uiteindelijk had gehaald, zou ik waarschijnlijk voor het praktijkexamen zakken wegens “te geroutineerd rijden”. Dat was me immers 48 jaar geleden ook al eens overkomen. De slipcursussen die ik daarna had gevolg, de rijtest voor gevorderden en de bijna 1,5 miljoen kilometers die ik daarna vrijwel schadevrij had gereden, zouden de CBR-examinator niet vermurwen. Daar was ik vast van overtuigd. 

Met sombere voorgevoelens verliet ik het pand en kroop weer onverzekerd achter het
stuur van de Lexus. Ik besloot ter plekke voorlopig mijn verkeersleven te beteren en mijn best te doen om me aan de verkeersregels te houden zolang ik geen geldig rijbewijs had. Mijn paspoort was verlopen, mijn identiteitskaart ook en nu ook nog mijn rijbewijs. 



Zou ik in bureaucratische zin nog wel bestaan vroeg ik me af. Het leek me een vicieuze cirkel, want het paradoxale is, dat je een identiteitsbewijs nodig hebt om een ander identiteitsbewijs aan te vragen en dat had ik niet meer, althans geen geldig. Tot nu toe kon ik ten minste in juridisch opzicht nog bewijzen dat ik mezelf was, maar nu kon ik zelfs dat niet meer.

In mijn hoofd flitste een citaat aan van Piet Paaltjes uit mijn middelbare schooltijd, waarvan ik niet meer wist dat ik het wist.  “Wees uzelf zei ik tot iemand, maar hij kon niet, hij was niemand.”  Het gevoel dat ik 'niemand' was had ik wel eens vaker. Nu was het een feit.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten