slim voor te zijn en evenmin veel te weten. Iedereen kan het en iedereen doet het ook. Met de komst van de digitale camera’s en de dalende prijzen ervan is fotograferen binnen ieders bereik gekomen. Sterker: er zijn al GSM telefoons op de markt met evenveel megapixels als de huidige generatie pocket-camera’s. Er zijn nog nooit zoveel camera’s gekocht en de markt lijkt nog lang niet verzadigd. Er zijn ook nog nooit zoveel foto’s gemaakt. Nog nooit zoveel goede, maar meer nog: nog nooit zoveel slechte.
De chips doen tegenwoordig 90% van het werk voor
je, maar paradoxaal genoeg moet je voor de laatste procenten hetzij een
dagopleiding van 4 jaar hebben gevolgd, hetzij een nog omvangrijker hoeveelheid tijd besteden aan zelfstudie. Zo heeft de laatste digitale
camera die ik heb gekocht een standje automatisch, maar ook: 19 knopjes voor
nog meer instellingen van vanalles
en 92 softwarematige menu-instellingen.
De handleiding heeft 415 pagina’s
en veel daarvan kan je alleen maar begrijpen als je al helemaal vertrouwd bent
met digitale fotografie. Da’s effe wat anders dan het analoge tijdperk waar
sluitertijd, diafragma en scherptediepte zo ongeveer alles was dat je hoefde te
weten en te begrijpen. Hoezo, elektronica maakt alles eenvoudiger? En dat heb
ik het alleen nog maar over de opnamekant en niet over de elektronische vervanging
van de donkere kamer. Dat is heftig erger.
Als je de handleiding op examenniveau hebt
bestudeerd, je je
camera uiteindelijk kent en
beheerst en
niet vergeet één van de ruim honderd dingen
die je 'even' had aangepast terug te zetten, dan moet je nog maar afwachten of
‘het je gegeven is’. Topfoto’s hebben veel met creativiteit te maken (dat niet
alleen: geduld en geluk zijn onmisbare bijkomende factoren). Helaas blink ik niet
uit in creativiteit, al moet dat wat ik er wel van heb, er regelmatig en
onstuitbaar uit.
Fotograferen beschouw ik vooral als een bezigheid
die zich op het grensvlak beweegt van
creativiteit en techniek. Het is het grensgebied van 2 werelden waar ik dan weliswaar niet in uitblink, maar die ik beiden versta. De mensen in beide werelden begrijp ik en ik kan er mee communiceren. Maar dat is op zich natuurlijk volstrekt onvoldoende reden om zo met fotografie bezig te zijn. Kortom: waarom het me zo aantrekt weet ik niet.
creativiteit en techniek. Het is het grensgebied van 2 werelden waar ik dan weliswaar niet in uitblink, maar die ik beiden versta. De mensen in beide werelden begrijp ik en ik kan er mee communiceren. Maar dat is op zich natuurlijk volstrekt onvoldoende reden om zo met fotografie bezig te zijn. Kortom: waarom het me zo aantrekt weet ik niet.
Het enige dat ik als ‘rechtvaardiging’ kan
aanvoeren is, dat het een drang is die ik om
onduidelijke redenen niet wil of kan onderdrukken. Ik leer er op een bepaalde de manier door kijken. Daar leer ik dan weer meer door zien en dat levert vervolgens een ademloze bewondering op voor o.a. het licht (en de schaduwen), voor kleuren en voor de schoonheid van natuur, mensen en dingen. Bovendien: als ik uiteindelijk het resultaat heb behaald dat me voor ogen stond geeft me dat een ambachtelijke voldoening.
onduidelijke redenen niet wil of kan onderdrukken. Ik leer er op een bepaalde de manier door kijken. Daar leer ik dan weer meer door zien en dat levert vervolgens een ademloze bewondering op voor o.a. het licht (en de schaduwen), voor kleuren en voor de schoonheid van natuur, mensen en dingen. Bovendien: als ik uiteindelijk het resultaat heb behaald dat me voor ogen stond geeft me dat een ambachtelijke voldoening.
Maar of dat al met al voldoende rechtvaardiging is
voor de tijd en kosten die ik er in steek, lijkt me sterk. Dus probeer ik er
niet over na te denken. Anders zou ik me realiseren dat ik er nooit echt goed
in kan worden omdat ik niet voldoende aanleg heb en er niet voldoende mee bezig
kan zijn. En dat verdring ik maar wat graag. Ik neem het maar als een gegeven,
het is tenslotte al 30 jaar min of meer zo. Weinig meer aan te doen en het
houdt me uit de kroeg, (al is het heel wat duurder dan een regelmatige pint).
Hoe het ook zij: ik kan heel onrustig worden van
een bepaald soort licht, een landschap, een bijzondere boom, een typerende blik, een uitstraling, een
karakteristiek ‘kop’, een fotogenieke vrouw enzovoort. Dan ‘moet´ik proberen de
foto te maken die ik voor mijn geestesoog zie. Als dat ik dat maar probeer, stelt me dat al dik
tevreden. Ook al komt er meestal de eerste keer nog niet uit wat ik eigenlijk zou willen
(slecht idee, verkeerd licht, verkeerde achtergrond, knopje toch verkeerd, niet de goeie spullen bij me, te weinig tijd enzovoort). Maar……. als ik niet probeer, blijft het niet gemaakte beeld me soms nog heel lang achtervolgen. Daarom ga ik zelden van huis zonder een fototoestel(letje) bij me. Alleen dat al geeft rust,
ook al gebruik het dan niet.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten