Deze
maand was het de beurt aan Maatje om haar Nederlandse rijbewijs te verlengen.
Maar ‘verlengen’ kan niet meer. Sinds enige tijd moet je je Nederlandse
rijbewijs omwisselen voor een rijbewijs van het EEG-land waar je woont. Het
werd een hernieuwde kennismaking met 'le Service Public’, de Publieke
Dienstverlening, een Franse heilige koe.
Eerst
moet je naar de Sous Préfecture, hier 10 km vandaan om een aanvraagformulier te
bekomen. Daarop moet je allerlei gegevens invullen die ook al op je rijbewijs
en identiteitskaart staan. Dan moet je een kopie maken van je rijbewijs en een
kopie van je identiteitskaart en die bijvoegen. Vergeet vooral niet om ook het
originele rijbewijs en de originele identiteitskaart er bij te doen!
Vervolgens
moet je een bewijs van je huidige adres toevoegen het zogenaamde ‘justificatif
de domicile’ dat is een factuur met jouw naam erboven hetzij van France
Telecom, de EDF (het landelijk energiebedrijf) of de Belastingdienst. Lastig
als die allemaal op naam van je echtgenoot staan!
Plus
natuurlijk twee pasfoto’s (zonder bril) en een gefrankeerde en aan jezelf
geadresseerde enveloppe. Dat is het, als je tenminste de moed hebt om af te
zien van de eveneens vereiste vertaling van je rijbewijs door een door de
overheid erkende beëdigde vertaler Nederlands-Frans, waarvan de
dichtstbijzijnde in Parijs woont en nu hoogstwaarschijnlijk met vakantie is.
Dinsdagmiddag.
Alles is verzameld - op de beëdigde vertaling na - nogmaals geïnspecteerd en in
een doorzichtmapje geschoven. Op naar Chartres, 70 kilometer van hier.
Na een uurtje staan we in de hal van de Préfecture. De
nummertjes-trekken-automaat is afgeplakt met een A4-tje waarop staat: MET
INGANG VAN 7 JULI IS HET LOKET VOOR RIJBEWIJZEN OP DINSDAGMIDDAG GESLOTEN.
Woensdagmiddag.
Opnieuw een ritje van 140 km
heen en weer. De teller zal uiteindelijk de 300 km gaan overschrijden.
Die middag gaat het loket om 13:30 open en Maatje staat er als eerste. Er schuift
een niet bijster aantrekkelijk meisje van ruim 20 met een te zware bril in de
kantoorstoel achter de granieten plaat die als balie dient. De vrolijkheid
straalt er niet vanaf. Aan haar uiterlijk te oordelen was ze al bij haar
geboorte voorbestemd als ambtenaar. Even later knippert op een groot display
schuin boven haar hoofd in rode cijfers het nummer dat op het bonnetje van
Maatje staat.
De eerste
zet blijkt een op verveelde en neerbuigende manier uitgesproken 'Bonjour' (‘le
public’ is dom en buitenlanders vormen daarvan per definitie een overtreffende
trap). Maatje overhandigt het mapje met de documenten.
"Waar komt u voor?" is de overbodige vraag.
"Ik
kom mijn Nederlandse rijbewijs omruilen."
"Hebt
u een afspraak?"
"Nee,
ik heb geen afspraak."
Kortaf:
"Dan moet u een afspraak maken."
Ze begint
in een volgeschreven schriftje te bladeren.
"Even
kijken, dat wordt moeilijk maar u kunt op 21 augustus terecht."
"Dat
zal niet gaan, want dan is mijn rijbewijs verlopen."
en met
gespeelde domheid voegt Maatje er aan toe:
"Mag
je in dit land met een verlopen rijbewijs rijden?"
"Nee,
dat mag u niet" is het bitse antwoord.
"Ogenblikje."
Ze loopt
naar achteren. Maatje staat nog steeds voor de granietplaat. Een stoel is er niet,
‘le Public’ kan wel blijven staan.
Meisje
keert terug en gaat op haar bureaustoel zitten.
"U
moet naar de Nederlandse ambassade in Parijs"
"Waarom?"
Korzelig:
"Om uw rijbewijs te verlengen."
"Dat
is niet mogelijk. Je kunt er je paspoort en je identiteitsbewijs verlengen,
maar je kunt er je Nederlandse rijbewijs niet verlengen" (gelukkig weet
Maatje dat).
Het
meisje doet alsof ze dat niet heeft gehoord en begint nog maar eens uit te
leggen dat ze echt naar de Nederlandse Ambassade moet gaan en dat die in Parijs
is. Daar kunnen ze haar helpen. Haar monoloog is aan Maatje niet besteed, ze
houdt voet bij stuk. Het meisje wordt er stil van: dit is ongekend, een klant
die zich niet laat afschepen en de regels beter lijkt te kennen dan zij. Ze
beseft dat ambtelijk streng worden in dit geval weinig kans op succes zal
hebben. Het wordt tijd om de joker in te zetten.
"Ogenblikje."
Ze
verdwijnt naar achteren voor nieuw overleg met de Chef of ze doet alsof. Als ze
is even later is teruggekeerd zegt ze triomfantelijk:
"U
had de omwisseling een half jaar geleden moeten aanvragen."
Nu wordt
het zelfs Maatje te gek. De wachtrij is intussen net zoveel langer geworden als
haar is humeur gedaald.
"Dat
is niet zo! Ik heb er alles over gelezen, dat staat nergens! Er staat zelfs dat
ik kan wachten op een Frans rijbewijs (het laatste is bluf). Ik ga niet weg
voordat het is geregeld zoals het hoort!" zegt ze streng.
Geëtaleerde
kennis van zaken gepaard aan op de juiste manier gedoseerde boosheid, is een
beproefd wapen in de strijd tegen de Franse bureaucratie. Nu wordt het de
loketbediende te moeilijk. Ze wordt onzeker van zoveel kennis en standvastigheid.
De routines om domme buitenlanders af te schepen zijn uitgeput. Tijd om serieus
tijd hulp te gaan zoeken.
"Ogenblikje."
Ze
verdwijnt voor de derde keer naar achteren. Deze keer blijft ze langer weg. Als
ze terugkomt zegt ze verongelijkt:
"Wilt
u daar even plaats nemen, ‘le Chef’ komt zo bij u."
Even
later verschijnt de Chef, die een Cheffin blijkt te zijn met blauwe ogen en een
vriendelijk gezicht, met het plastic mapje waarin we alle documenten hebben
gedaan. Ze controleert de inhoud nauwkeurig, haar gezicht ontspant langzaam en
dan gebeurt er een klein Frans ambtelijk wonder. Ze zegt vriendelijk:
"Mevrouw we gaan het voor u in orde maken." Ze draait zich om, loop
naar het meisje achter de balie en zegt heel zachtjes, licht verwijtend en met
de bedoeling dat niemand anders het hoort: "Die mevrouw heeft gelijk
hoor!!"
Een
kwartiertje later beschikt Maatje over een lege, gefrankeerde aan zichzelf
geadresseerde enveloppe en een document voor het leven! Een Frans rijbewijs dat
nooit meer hoeft te worden verlengd.


Geen opmerkingen:
Een reactie posten