zaterdag 15 augustus 2009

Le Service Public


Deze maand was het de beurt aan Maatje om haar Nederlandse rijbewijs te verlengen. Maar ‘verlengen’ kan niet meer. Sinds enige tijd moet je je Nederlandse rijbewijs omwisselen voor een rijbewijs van het EEG-land waar je woont. Het werd een hernieuwde kennismaking met 'le Service Public’, de Publieke Dienstverlening, een Franse heilige koe.

Eerst moet je naar de Sous Préfecture, hier 10 km vandaan om een aanvraagformulier te bekomen. Daarop moet je allerlei gegevens invullen die ook al op je rijbewijs en identiteitskaart staan. Dan moet je een kopie maken van je rijbewijs en een kopie van je identiteitskaart en die bijvoegen. Vergeet vooral niet om ook het originele rijbewijs en de originele identiteitskaart er bij te doen!

Vervolgens moet je een bewijs van je huidige adres toevoegen het zogenaamde ‘justificatif de domicile’ dat is een factuur met jouw naam erboven hetzij van France Telecom, de EDF (het landelijk energiebedrijf) of de Belastingdienst. Lastig als die allemaal op naam van je echtgenoot staan!

Plus natuurlijk twee pasfoto’s (zonder bril) en een gefrankeerde en aan jezelf geadresseerde enveloppe. Dat is het, als je tenminste de moed hebt om af te zien van de eveneens vereiste vertaling van je rijbewijs door een door de overheid erkende beëdigde vertaler Nederlands-Frans, waarvan de dichtstbijzijnde in Parijs woont en nu hoogstwaarschijnlijk met vakantie is.

Dinsdagmiddag. Alles is verzameld - op de beëdigde vertaling na - nogmaals geïnspecteerd en in een doorzichtmapje geschoven. Op naar Chartres, 70 kilometer van hier. Na een uurtje staan we in de hal van de Préfecture. De nummertjes-trekken-automaat is afgeplakt met een A4-tje waarop staat: MET INGANG VAN 7 JULI IS HET LOKET VOOR RIJBEWIJZEN OP DINSDAGMIDDAG GESLOTEN.

Woensdagmiddag. Opnieuw een ritje van 140 km heen en weer. De teller zal uiteindelijk de 300 km gaan overschrijden. Die middag gaat het loket om 13:30 open en Maatje staat er als eerste. Er schuift een niet bijster aantrekkelijk meisje van ruim 20 met een te zware bril in de kantoorstoel achter de granieten plaat die als balie dient. De vrolijkheid straalt er niet vanaf. Aan haar uiterlijk te oordelen was ze al bij haar geboorte voorbestemd als ambtenaar. Even later knippert op een groot display schuin boven haar hoofd in rode cijfers het nummer dat op het bonnetje van Maatje staat.

De eerste zet blijkt een op verveelde en neerbuigende manier uitgesproken 'Bonjour' (‘le public’ is dom en buitenlanders vormen daarvan per definitie een overtreffende trap). Maatje overhandigt het mapje met de documenten.
"Waar komt u voor?" is de overbodige vraag.
"Ik kom mijn Nederlandse rijbewijs omruilen."
"Hebt u een afspraak?"
"Nee, ik heb geen afspraak."
Kortaf: "Dan moet u een afspraak maken."
Ze begint in een volgeschreven schriftje te bladeren.
"Even kijken, dat wordt moeilijk maar u kunt op 21 augustus terecht."
"Dat zal niet gaan, want dan is mijn rijbewijs verlopen."
en met gespeelde domheid voegt Maatje er aan toe:
"Mag je in dit land met een verlopen rijbewijs rijden?"
"Nee, dat mag u niet" is het bitse antwoord.
"Ogenblikje."

Ze loopt naar achteren. Maatje staat nog steeds voor de granietplaat. Een stoel is er niet, ‘le Public’ kan wel blijven staan.

Meisje keert terug en gaat op haar bureaustoel zitten.
"U moet naar de Nederlandse ambassade in Parijs"
"Waarom?"
Korzelig: "Om uw rijbewijs te verlengen."
"Dat is niet mogelijk. Je kunt er je paspoort en je identiteitsbewijs verlengen, maar je kunt er je Nederlandse rijbewijs niet verlengen" (gelukkig weet Maatje dat).

Het meisje doet alsof ze dat niet heeft gehoord en begint nog maar eens uit te leggen dat ze echt naar de Nederlandse Ambassade moet gaan en dat die in Parijs is. Daar kunnen ze haar helpen. Haar monoloog is aan Maatje niet besteed, ze houdt voet bij stuk. Het meisje wordt er stil van: dit is ongekend, een klant die zich niet laat afschepen en de regels beter lijkt te kennen dan zij. Ze beseft dat ambtelijk streng worden in dit geval weinig kans op succes zal hebben. Het wordt tijd om de joker in te zetten.

"Ogenblikje."

Ze verdwijnt naar achteren voor nieuw overleg met de Chef of ze doet alsof. Als ze is even later is teruggekeerd zegt ze triomfantelijk:
"U had de omwisseling een half jaar geleden moeten aanvragen."

Nu wordt het zelfs Maatje te gek. De wachtrij is intussen net zoveel langer geworden als haar is humeur gedaald.

"Dat is niet zo! Ik heb er alles over gelezen, dat staat nergens! Er staat zelfs dat ik kan wachten op een Frans rijbewijs (het laatste is bluf). Ik ga niet weg voordat het is geregeld zoals het hoort!" zegt ze streng.

Geëtaleerde kennis van zaken gepaard aan op de juiste manier gedoseerde boosheid, is een beproefd wapen in de strijd tegen de Franse bureaucratie. Nu wordt het de loketbediende te moeilijk. Ze wordt onzeker van zoveel kennis en standvastigheid. De routines om domme buitenlanders af te schepen zijn uitgeput. Tijd om serieus tijd hulp te gaan zoeken.

"Ogenblikje."

Ze verdwijnt voor de derde keer naar achteren. Deze keer blijft ze langer weg. Als ze terugkomt zegt ze verongelijkt:
 "Wilt u daar even plaats nemen, ‘le Chef’ komt zo bij u."

Even later verschijnt de Chef, die een Cheffin blijkt te zijn met blauwe ogen en een vriendelijk gezicht, met het plastic mapje waarin we alle documenten hebben gedaan. Ze controleert de inhoud nauwkeurig, haar gezicht ontspant langzaam en dan gebeurt er een klein Frans ambtelijk wonder. Ze zegt vriendelijk: "Mevrouw we gaan het voor u in orde maken." Ze draait zich om, loop naar het meisje achter de balie en zegt heel zachtjes, licht verwijtend en met de bedoeling dat niemand anders het hoort: "Die mevrouw heeft gelijk hoor!!"

Een kwartiertje later beschikt Maatje over een lege, gefrankeerde aan zichzelf geadresseerde enveloppe en een document voor het leven! Een Frans rijbewijs dat nooit meer hoeft te worden verlengd.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten