Vandaag
kreeg ik dit cursiefje toegestuurd van de Jomme. Te mooi om niet te delen.
Enkele weken geleden had het
Davidsfonds een vormingsavond georganiseerd “Kerstgebruiken door de eeuwen
heen”. Ik had aan Jef gevraagd of hij met mij mee wou gaan, want mijn madam die
komt voor zoiets niet buiten. Jef, mijn wekelijkse kaartmaat in de café, had er
ook geen zin in, maar mannen ondereen, die doen iets voor mekaar.
Het was een wat saaie
uiteenzetting, maar we leerden er wel veel over hoe vroeger Kerstmis gevierd
werd. Ik hoor dat wel eens graag. Maar het had Jef duidelijk niet aangesproken.
Niet dat hij daar dan over klaagt, maar dan zegt hij helemaal niets. Ik had het
meteen in de gaten als we naar huis gingen.
Daarom bedankte ik hem ook wat hartelijker, want ik wist dat hij zijn avond
voor mij had “opgeofferd”. “Als ge graag hebt dat ik eens ergens met u mee
naartoe ga, dan moet ge het maar zeggen”, had ik hem bij het afscheid nog
gezegd.
Zondagavond stond hij bij mij aan
de deur. “Gelle viert Kerstmis toch op Kerstdag hé”, wou hij nog even
controleren. Dat klopte. “Wel”, zei hij, “dan kom ik u op Kerstavond uithalen.”
“Op Kerstavond???”, vroeg ik wat ongelovig, “wat wilt ge dan doen?”
“Wel”, zei Jef, “we gaan naar ne
Kerstmis zoals 2000 jaar geleden.” Ik was stomverbaasd, maar belofte maakt
schuld, dus ik zei dat ik meeging.
Ons madam geloofde eerst mijn
verhaal niet. En ik kon haar eigenlijk niet veel vertellen, want ik wist niet
precies wat Jef van plan was. “Jaja,dat ken ik”, zei ons madam, “pinten pakken
zeker, en dat op Kerstavond”. Om alle discussies te smoren, belde ik naar Jef
en vroeg ik hem waar we precies naartoe zouden gaan. “Dat zulde wel zien”, zei
Jef. Ik zeg “Ja, maar ik zou toch iets moeten weten, dat ik weet wat ik moet
aandoen.” “Doet uw karokeshemd aan”, zei Jef, “en uw
slechte broek van in den hof”. Ik probeerde nog wat tegen te spruttelen. “Zo
kunt ge op Kerstmis toch niet rondlopen!”, maar Jef antwoordde gevat “Wat
denkt ge dat Jozef aan had 2000 jaar geleden?”
We zijn gaan dolen, Jef en ik, in
ons slechte kleren, door de klamme nacht. “2000 jaar geleden waren er geen
kerstliedjes”,zei Jef. “Er was geen familiefeest, geen pakskes en gene
kalkoen.” “Wette watdat is”, zei Jef, “rondlopen met een vrouw met nen dikke
buik en nergens binnen mogen?” “Er was geen plaats in de herberg”, zei Jef op
plechtige toon.
We stapten en stapten, weg uit het
stadscentrum naar de buurt van ’t station. “Als ge Hem wilt vinden, moet ge
niet aan de feesttafel gaan zitten”, zei Jef, “ in de winkelstraten zult ge Hem
ook niet vinden, maar bij de mensen die ronddolen, twijfelend of ze de trein
zullen nemen naar een andere stad, in de hoop dat daar iets te vinden is.”
We stapten en stapten. Af en toe kruisten
we mensen, net in pak, nog in stemming van het diner dat ze net hadden
genuttigd. “Dat zijn feesters”, zei Jef, “daar zit Hem niet bij”.
Op een gegeven moment zagen we
iemand in een vuilbak zoeken. Het was een vuile onverzorgde man. “Dat zou Hem kunnen
zijn”, zei Jef. Hij stapte ernaar toe. Ik volgde op
enkele voeten afstand. De man
schrok toen hij Jef bemerkte, en hij wou zich uit de voeten maken. “’ t is
Kerstmis”, zei Jef, “Jozef was toen ook op den dool”. De man bleef staan.
“Hier”, zei Jef, en hij stopte de man een bundeltje bankbriefjes van 50 euro
toe. “Eén is er voor u, en de anderen deelt ge maar uit aan de mensen die ge
tegen komt.” “En als ge Jezus tegenkomt, zeg Hem dat ik Hem zoek”, voegde Jef
er nog aan toe. De man keek naar het bundeltje
briefjes, en dan naar Jef. “Ge zijt ne goeie mens”, zei hij tot Jef. Met
vochtige ogen en gestokte stem vervolgde hij “Ja, ’t is Kerstmis” en hij keek
weer naar de briefjes en zei “ik zal ze uitdelen, allemaal”, “merci!”
We stapten en stapten, zonder nog
een woord te zeggen. Toen Jef mee tot aan mijn huis gestapt was, wou ik hem
vanalles zeggen, hem uitnodigen om even mee te binnen komen, maar mijn stem
stokte en er rolden tranen over mijn wang. En ’t enige wat ik kon zeggen was:
“’t is Kerstmis Jef, nen hele schone” en Jef knikte. “We hebben Hem bijna
gezien”, zei Jef, en hij draaide zich om en ging voldaan naar huis.
Jomme
Geen opmerkingen:
Een reactie posten